Gemeentelijke arbeidsmarkt volop in beweging

Nederland lijkt opnieuw verrast te worden door een snel krapper wordende arbeidsmarkt. Voor gemeenten is deze krapte extra verraderlijk. Gemeenten hebben een relatief onevenwichtige personeelsopbouw (gemiddelde leeftijd is 44,3 jaar), een hoge uitstroom en zij worden geconfronteerd met veranderingen in hun werkzaamheden en taken. Dit onderstreept de noodzaak ontwikkelingen op de arbeidsmarkt goed in de gaten te houden en hier met het gemeentelijke personeelsbeleid op in te spelen.

Belangrijkste ontwikkelingen voor gemeenten
De grote verscheidenheid aan functies bij gemeenten maakt het lastig sectorspecifieke arbeidsmarktknelpunten aan te wijzen. Er is, in tegenstelling tot de onderwijs- of zorgsector, geen dominante opleidingsrichting. Dat betekent niet dat er geen knelpunten verwacht worden.

  • Wervingsknelpunten zullen zich voornamelijk voordoen bij HBO-ers (en niet bij academici). In het bijzonder juridische, bestuurlijke, fiscale, bouwkundige, sociaal maatschappelijke, personeel & arbeid en management HBO-ers zullen lastiger te vinden zijn;
  • Vergrijzing van het personeelsbestand heeft een relatief groot effect op het vervangen van lager en middelbaar opgeleide medewerkers. Oudere werknemers zijn over het algemeen lager opgeleid. Ontgroening en stijging van het opleidingsniveau zorgen ervoor dat vervanging van deze medewerkers voor grotere problemen gaat zorgen dan nu wordt verwacht;
  • Er zijn grote regionale verschillen in het tempo van vergrijzing. De omvang van de beroepsbevolking zal in heel Nederland vanaf 2017 gaan dalen. Dat is echter een gemiddelde: in Limburg daalt deze al vanaf 2007 en in de provincie Utrecht zal dat pas vanaf 2030 het geval zijn;
  • De vergrijzing van gemeenteambtenaren blijft toenemen. Met name de groep 55+-ers. Eén op de vijf medewerkers zal in 2013 tot deze leeftijdscategorie behoren;
  • De vervangingsvraag in gemeenten is gemiddeld 7,5% per jaar. Dat is niet bijzonder hoog, maar betekent wel dat binnen zeven jaar meer dan de helft van het zittend personeel vervangen zal zijn.

Dilemma's op de arbeidsmarkt
Drie factoren bemoeilijken algemene uitspraken over knelpunten op de arbeidsmarkt:

  • Vraag en aanbod worden grotendeels regionaal bepaald: werkgevers en werknemers zoeken vooral in de eigen regio;
  • Conjuncturele ontwikkelingen zijn van grote invloed;
  • Grote regionale verschillen in demografische ontwikkelingen.

Vergrijzing en ontgroening blijven hierdoor abstracte begrippen. Op macro (landelijk) niveau staat hun invloed op de arbeidsmarkt vast. Op micro (gemeente) niveau is echter onduidelijk welke invloed dat zal zijn. Landelijk kan een schets van de arbeidsmarktontwikkelingen worden gemaakt, maar het inkleuren van die schets zullen gemeenten zelf moeten doen.

Analyseer lokale ontwikkelingen
Gemeenten moeten zelf actie ondernemen om zicht te krijgen op de verwachte 'eigen' arbeidsmarktknelpunten. Zij kunnen daarvoor een analyse maken van de eigen situatie in relatie tot arbeidsmarktontwikkelingen in de regio. Zo'n omgevingsanalyse bestaat uit de volgende stappen:

  • Beoordeel de gemeente op basis van de huidige en gewenste samenstelling van het personeelsbestand: Hoe ziet mijn gemeente er nu uit? Over vijf jaar? Let daarbij op opleidingsniveau, functie en in-, uit- en doorstroom gegevens;
  • Onderzoek de regionale arbeidsmarkt: Welke opleidingen worden aangeboden/gevraagd, wat zijn de demografische ontwikkelingen, vraag- en aanbod op de arbeidsmarkt (CWI verzamelt hier veel goede informatie over).
  • Bepaal aan de hand van de interne analyse en de externe verkenning de belangrijkste knelpunten en oplossingsrichtingen.