Professionals op de werkvoer hebben ruimte nodig. Dat zegt Marco Florijn, lid van de stuurgroep van het nieuwe Kwaliteitskader Jeugd. De oud-wethouder van Leeuwarden en Rotterdam en tegenwoordig maatschappelijk betrokken ondernemer vertelde erover op de bijeenkomst van de Uitvoeringsautoriteit van 26 januari. 

Het voorbeeld is treurig: de zaak Charleyne, waarbij een meisje van een flat in Hoogeveen is gesprongen, gevallen of geduwd. “De inspectie zei: als je kijkt naar wat daar gebeurd is, dan blijkt dat alles volgens de regels en normen is gedaan. Maar één ding maakt die zaak voor mij zo ongrijpbaar. Je ziet dat er meer dan twintig hulpverleners bij dat gezin betrokken waren. Moeder zat bij Verslavingszorg Noord-Nederland, omdat ze zwaar verslaafd is. Charleyne liep bij de plaspoli en had af en toe een blaasontsteking. Niemand wist of ze ook nog werd misbruikt. Maar elke keer als de regels werden bekeken, werd geconstateerd dat er niet veel aan de hand was. Elke professional had gehandeld volgens het raamwerk en het normenkader.”

Van normen naar mensen

Dat is precies waarom in het Kwaliteitskader Jeugd volgens Florijn het vakmanschap in de Jeugdhulp centraal staat. Omdat regels en procedures natuurlijk belangrijk zijn, maar niet zaligmakend. “Dat betekent dat best kan worden gehandeld volgens alle regels en dergelijke, maar dat medewerkers daarnaast ook een professionaliteit hebben. En dat ze in die professionaliteit andere afwegingen kunnen maken. Ook afwegingen die afwijken van een norm, die ergens is gesteld. Hierdoor kan net wat verder en dieper worden gegaan en een andere route worden bewandeld. Over het Kwaliteitskader heeft de Inspectie ook gezegd dat het ontzettend zou helpen als we als stuurgroep vakmanschap op die manier mee mogen wegen. Dan kunnen we bij afwijking van regels, in het belang van een mens, ook handvatten aan de sector meegeven. Zodat vertrouwen en professionaliteit gestimuleerd worden, in plaats van afgestraft. En zodat niet alles langs de normenlat wordt gelegd, in plaats van langs de lat van hoe een mens in elkaar steekt. Soms kan een intuïtie of een professionele houding veel bijdragen aan een positieve stap in het leven van heel veel mensen.”

Vliegticket van de bijstand

Uit zijn periode als wethouder in Leeuwarden noemt Florijn over een aantal voorbeelden waar het wél goed ging, juist doordat mensen op basis van intuïtie en vakmanschap buiten de lijntjes durfden te kleuren. Zoals toen er een aantal wijkteamwerkers bij hem kwam, met een casus over een alleenstaande moeder met vijf kinderen. Het gezin was van Antilliaanse afkomst. “Het ging heel slecht met die vrouw. De kinderen lagen op beschimmelde matrasjes. Het was vochtig in het huis. Moeder werd steeds depressiever, omdat er niet veel gebeurde in haar leven.

De wijkteamwerkers kwamen met het voorstel om de moeder van deze moeder uit Aruba over te laten vliegen. Die was wel bereid om structuur in dat gezin aan te brengen. Ze had een goede vertrouwensrelatie met haar dochter en kende de kleinkinderen goed. Dat gezin en oma konden het ticket niet betalen. Het wijkkernteam vroeg of dit vanuit de bijzondere bijstand mocht worden bekostigd. Dat hebben we gedaan. De oma is naar Nederland gehaald. We hebben bedden neergezet en oma is structuur gaan aanbrengen in dat gezin. Ik kreeg van een accountant de melding dat het niet mocht uit de bijzondere bijstand. Maar je hebt altijd een marge. En ik geloof dat het onderaan de streep ook nog eens veel goedkoper was. Een ticket is niet zo duur en een dergelijke interventie ook niet. Die mevrouw deed vrijwilligerswerk. Ik hoop dat het goed uitpakt voor de kinderen en ik vermoed dat we veel kosten hebben bespaard. Dat soort oplossingen vind ik zo fijn. Volgens mij is dat ook waarom we eigenlijk allemaal in dit werk belanden. Niet om de regels altijd maar hard te hoeven volgen, maar juist om die leefwereld, die gezinnen en die kinderen een stapje verder te helpen, zodat de samenleving mooier en inclusiever wordt.”

Aanbevolen voor u