Best practice van het deelprogramma Duurzame Inzetbaarheid Buitendiensten Gemeenten

Duurzame inzetbaarheid: stap voor stap

Je ongemerkt ontwikkelen door een kijkje in andermans keuken. De teamleiders van gemeentebedrijf Tholen weten daarover mee te praten van je collega werd duidelijk bij het gemeentebedrijf van de gemeente Tholen:

Het gemeentebedrijf van de gemeente Tholen voerde vorig jaar een proef uit met de drie teamleiders door hen onderling te laten rouleren in de drie wijkteams. Doel hiervan was om van elkaar te leren, hierover te communiceren en de eigen werkprocessen te optimaliseren.

Het gemeentebedrijf bestaat uit drie wijkteams met verschillende kernen die de begraafplaatsen en het groen in de openbare ruimte onderhouden, en klein onderhoud aan verharde paden en wegen verrichten. In elk team zijn drie tot vijf vaste medewerkers werkzaam en een aantal medewerkers van BeTho (de sociale werkvoorziening). De teams hebben hetzelfde takenpakket en elk team heeft veel lokale kennis van zijn eigen wijk. Daardoor heeft elk team ook zijn eigen slimmigheidjes en werkwijzen ontwikkeld. Door af en toe eens een week te rouleren en bij elkaar in de keuken te kijken, kunnen de teamleiders tips met elkaar uitwisselen, en elkaar adviseren en scherp houden. Ook kunnen ze hun eigen aanpak onder de loep nemen en veranderingen aanbrengen die het werkproces ten goede komen.

Toen Pascal van den Eijnden, hoofd van de afdeling gemeentebedrijf, het idee van rouleren aan zijn teamleiders voorlegde, was hun reactie terughoudend: ‘Het gaat toch goed zo?’. Het ging inderdaad goed, maar Pascal zag nog mogelijkheden voor verbetering. Hij wist de teamleiders te stimuleren om het idee van rouleren op te pakken.

Uitkomsten

Het rouleren werd in gang gezet en na afloop kort geëvalueerd. Ondanks de aanvankelijke scepsis, waren de uitkomsten positief. Er zijn veranderingen in de werkprocessen aangebracht, het werk is gevarieerder geworden. Het schoffelen is nu volledig ondergebracht bij de medewerkers van BeTho, die ook het zwerfafval verwijderen, terwijl de vaste medewerkers meer het overzicht hebben gekregen en het hele proces van snoeien, knippen, planten en onkruidbestrijding in hun takenpakket hebben gekregen. De teamleiders zijn meer met elkaar over hun werkwijzen gaan praten en zijn gaan kijken wat ze van de ander mee kunnen nemen naar hun eigen team. Ze leren, ongemerkt, meer overkoepelend te denken, en de samenwerking is toegenomen. Ook kunnen ze wat meer relativeren en elkaar aanspreken. Dit alles komt hun zelfstandigheid en taakvolwassenheid ten goede. Pascal kan daardoor met vertrouwen meer aan hen overlaten. De teamleiders tonen meer eigen initiatief en denken meer na over de aanpak in hun werk.

Hoofd gemeentebedrijf tevreden met de proef

‘De honkvastheid die eerst toch wel heerste, is doorbroken. Dat was een proces, maar het is best gelukt’, vertelt Pascal. Doordat de teamleiders ongemerkt nieuwe vaardigheden hebben geleerd, klinkt dat door in de manier waarop ze de teamleden aansturen. Er wordt langzaam maar zeker meer vooruit gekeken, gepland en geanticipeerd op te verwachten werkzaamheden in de komende weken. Daar zitten groeimogelijkheden.

Door de bezuinigingen verandert er steeds iets in de organisatie. De teamleiders gaan daar nu flexibeler mee om, en weten daar soepeler op in te spelen. Ook de evaluatie van de proef krijgt meer diepgang: teamleiders worden gestimuleerd om op elkaars tips en adviezen te reageren.

Geconcludeerd kan worden dat de proef is geslaagd, men wil dit zeker blijven doen. Na de zomer van dit jaar gaan de teamleiders weer een week rouleren. Ze zijn inmiddels bekend geraakt met deze werkwijze, en de terughoudendheid die bij de aanvang van dit initiatief speelde, is grotendeels verdwenen.

Ervaringen van een teamleider

Steffen Veenstra, een van de teamleiders, vertelt dat hij de proef aanvankelijk overbodig vond. Hij dacht: ‘Er zal weinig uitkomen, want we werken allemaal hetzelfde’. Door in een ander team mee te draaien, heeft hij ervaren dat je ongemerkt in je eigen stramien zit en hij ontdekte dat je van elkaar kunt leren, in de eerste plaats vakinhoudelijk. Zo heeft hij nu bijvoorbeeld standaard een spuitbus voor onkruidbestrijding mee in de bus. Vóór de proef moest hij zoiets telkens opnieuw organiseren.

Maar behalve vakinhoudelijke veranderingen heeft hij ongemerkt ook nieuwe competenties ontwikkeld: hij weet makkelijker het overzicht te krijgen door over de eigen schutting heen te kijken, hij neemt sneller zelf het initiatief, en hij zoekt samenwerking met collega-teamleiders. Ook het uitwisselen van tips, feedback geven en ontvangen, en flexibeler op veranderingen inspelen zijn vaardigheden die hij verder heeft kunnen ontwikkelen. ‘Ik heb het rouleren als zeer nuttig ervaren en het zou mooi zijn als de medewerkers dit initiatief gaan volgen’, aldus Steffen.

De medewerkers

De uitvoerende medewerkers worden uitgenodigd om ook te rouleren. In de werkoverleggen wordt dit met hen besproken. Rouleren gaat geheel op vrijwillige basis. Het zou een positieve ontwikkeling zijn als medewerkers hier animo voor zouden tonen: omdat ze zeer zelfstandig werken, kunnen ze zich juist door te rouleren wat breder oriënteren: ‘Hé, daar pakken ze het zó op’. Dat kan ook voor de langere termijn vruchten afwerpen.

Duurzaam inzetbaar

Misschien is het nog te vroeg om een eindconclusie te geven, maar het lijkt erop dat je door nieuwe ervaringen op te doen, simpelweg in een ander team, in een andere wijk, enorm veel kunt leren. En dat leidt tot persoonlijke ontwikkeling en bredere inzetbaarheid, wat goed is voor de medewerker én voor de organisatie. Deze nieuwe ervaringen dragen bij aan het zelfvertrouwen en de duurzame inzetbaarheid van de medewerker.

Meer weten?

Voor meer informatie over deze best practice kunt u via e-mail contact opnemen met Pascal van den Eijnden: eijnden.pvd@tholen.nl.

Aanbevolen voor u