Om schulden écht aan te pakken, zijn drie dingen noodzakelijk:  samenwerking, ruimte om te experimenteren en medewerkers met mandaat. Dat vertelde Aygül Keskin tijdens de meest recente bijeenkomst van de Uitvoeringsautoriteit. Ze is projectleider van Schuldenlab070 in Den Haag. “Het gaat erom dat je werkt vanuit de bedoeling. Dat je kijkt: wat heeft iemand nu eigenlijk nodig? En dat je dus niet zegt: ik heb werkprocessen en we gaan kijken waar jij in past.” 

It takes a city to solve a debt. Dat is het motto van Schuldenlab070. En dat is behoorlijk letterlijk bedoeld, vertelde Keskin. “De wet schrijft voor dat gemeenten integraal en preventief moeten werken aan schuldenproblematiek. Maar hoe iedereen ook zijn best deed, uiteindelijk bereikte de gemeente tot 2016 maar 30.000 van de 60.000 huishoudens die met schulden en armoede te maken hebben. De gemeente moest dus iets anders gaan doen. Dat werd Schuldenlab070: een platform, een alliantie, van 20 publieke en private partijen die hebben gezegd: als armoede en schulden de stad uitgaan, dan hebben wij daar ook baat bij. De gemeente zit erin, maar ook banken, verzekeringsmaatschappijen, corporaties, energiemaatschappijen en vervoersbedrijven. Samen dagen we elkaar uit om na te denken, om methodieken ontwikkelen, innovatieve ideeën naar voren te schuiven. En ook om daadwerkelijk door te pakken. Het is niet een alliantie waarbij alleen achteraf een handtekening wordt gezet. Het moet ook komen tot heel concrete initiatieven.”

Schuldenhackathon

In juli 2016 werd het Schuldenlab gelanceerd. Sindsdien is er een schuldenuniversiteit opgezet, om alle relevante instanties, en de stad, bewust te maken van wat armoede en schulden kunnen betekenen voor onze maatschappij. En er worden projecten opgezet. Bijvoorbeeld door schuldenhackathons te organiseren. “Daarbij zetten we een multidisciplinair team van bedrijven, instellingen, marketeers, big data-analisten, gedragsdeskundigen, inhoudsdeskundigen en systeemanalisten bij elkaar. Het is geweldig om te zien dat er dan binnen een uur 50 ideeën naar voren worden gebracht. Daar zijn vier initiatieven uitgekomen die we verder gaan ontwikkelen.”

Beginnen waar het reguliere stopt

Een mooi project is het Jongeren Perspectief Fonds (JPF). Kort door de bocht: de gemeente koopt de schulden van een jongere op, en zorgt voor perspectief. De jongere moet of op school blijven, of terug naar school, of aan het werk blijven, of naar de arbeidsmarkt. De trajectbegeleider vanuit de gemeente is daarbij eigenlijk een mentor. Over de succesfactoren vertelt Keskin: “Het gaat echt om werken vanuit de bedoeling. Dat je kijkt: wat heeft iemand nu eigenlijk nodig? En dat je dus niet zegt: ik heb werkprocessen en we gaan kijken waar jij in past. Daarvoor heb je medewerkers nodig met mandaat. Als je iets wilt doen ten behoeve van de burger en je moet eerst twintig lagen naar boven, dan zit die burger al twintig fasen verder in het probleem. En je hebt ruimte nodig om te experimenteren. Want iedere situatie is apart. Het is maatwerk. Die ruimte krijgen medewerkers dus. Mijn collega’s in de uitvoering zeggen: ‘Gaaf man. Weet je, Aygul, binnen JPF begin ik waar het reguliere stopt.’

Gek van alle afspraken

“Een ander project is het sociaal hospitaal. Daar zie je echt de maatschappelijke partners hun verantwoordelijkheid nemen. In dit geval heeft CZ gezegd: Gemeente Den Haag, ik ga laten zien hoe het wel moet. Ik ga 250 multiprobleemgezinnen meenemen. Dan heb ik niets te maken met jouw processen. Ik ga het gezin weer aan het roer zetten. Ik doe niet 20 aanbiedingen, waarbij het gezin gek wordt van afspraken met 20 hulpverleners. Het gezin gaat alleen maar mijn gezicht zien. En wij gaan samen met het gezin het probleem tackelen.”

Aanbevolen voor u