| Bewustwording |
o Wat is voor jou werkdruk? |
|
o In hoeverre heb je last van werkdruk? Waar en wanneer? |
|
o In hoeverre heb je negatieve gevolgen van werkdruk? |
|
o Wat is voor jou werkplezier? |
|
o In hoeverre geniet je van werkplezier? Waar en wanneer? |
|
o In hoeverre heb je positieve gevolgen van werkplezier? |
|
o Is er iets wat je anders wenst? Wat zou je willen bereiken? |
|
|
| Inzicht |
o Waar komt je werkdruk vandaan? Welke energievreters ervaar je? |
|
o Zijn er veel energievreters? Maak er dan eens een mindmap van. Hoe zwaarder ze wegen, hoe groter je ze schrijft. Je kunt ze ook in een top 5 of top 10 zetten. |
|
o Waar komt je werkplezier vandaan? Welke energiegevers ervaar je? |
|
o Ook je energiegevers kun je in een mindmap of top 5 of 10 weergeven, zodat je een goed overzicht krijgt. |
|
|
| Inzicht verdiepen |
o In hoeverre heb je invloed op de energievreters? Welke ervan zou je kunnen veranderen? Welke een beetje, welke niet? |
|
o In hoeverre heb je invloed op de energiegevers? Welke ervan zou je kunnen veranderen? Welke een beetje, welke niet? |
|
o Wat heb je al eerder aan je energievreters gedaan? Wat ging daar goed in? Wat lukte niet? Hoe kwam dat? Wat heb je geleerd in wat wel en niet werkt? |
|
o Wat heb je al eerder aan je energiegevers gedaan? Wat ging daar goed in? Wat lukte niet? Hoe kwam dat? Wat heb je geleerd in wat wel en niet werkt? |
|
o Hoe gaan anderen met dezelfde energievreters om? Wat zou je daar van kunnen leren? |
|
o Stel, er gaat niks veranderen aan de energievreters/gevers. Wat is daar dan het voordeel van? |
|
|
| Maatregelen bedenken |
o Wat zou je allemaal (nog meer) kunnen doen om je energievreters te verminderen? En wat kan je allemaal doen om je energiegevers te vergroten? |
|
o Welke energievreters wil je aanpakken? Welke wil je loslaten/aanvaarden? Als je ze loslaat, wat ga je dan niet meer doen? En wat ga je dan wél doen? |
|
o Als je weinig ideeën hebt: wie zou je om ideeën kunnen vragen wat je in jouw situatie kan doen? |
|
|
| Maatregelen invoeren en doorzetten |
o Wat ga je doen? Wanneer? Met wie? Hoe? |
|
o Wat ga je doen om er een gewoonte van te maken? Hoe zorg je dat je de maatregelen tenminste 6 weken volhoudt? |
|
o Als je moeite hebt met kiezen: wat vind je de moeite waard om als experiment te proberen? |
|
|
| Maatregelen evalueren |
o Wanneer ga je na of je het gewenste effect bereikt? Met wie bespreek je dat? |
|
o Wanneer vind je een maatregel een succes? En hoe ga je je successen vieren? |