We hebben de mond vol van efficiëntie. Van continuïteit. Van rust in de organisatie. Van voorspelbaar bestuur en heldere koers. Toch accepteren we in het openbaar bestuur iets wat in het bedrijfsleven als totaal onwenselijk zou worden beschouwd: iedere vier jaar kan de top van de organisatie deels of zelfs vrijwel volledig veranderen.

Manja van der Weit is gemeentesecretaris en algemeen directeur bij de gemeente Purmerend. Eerder was zij leidinggevende bij de overheid, advocaat, zelfstandig ondernemer, gemeenteraadslid en toezichthouder. Vanuit die ervaring schrijft zij over arbeidsmarkt, leiderschap, goed werkgeverschap en organisatieontwikkelingen. Dat doet zij vanuit een gemeente die voor grote opgaven staat, waaronder de schaalsprong naar een 100.000 gemeente en vraagstukken rond bestuurlijke samenwerking en mogelijke herindeling. 

Stel je voor dat een bedrijf elke vier jaar moet afwachten of er een geheel nieuwe directie binnenkomt, met andere prioriteiten, andere opvattingen en soms een andere visie op de toekomst. De onrust die dat zou veroorzaken, zou direct onderwerp van gesprek zijn. In gemeenten noemen we dat simpelweg democratie.

En die wisseling doet iets met een organisatie. Medewerkers vragen zich af of ze een wethouder nog wel moeten benaderen voor nieuwe ideeën of besluiten. Wethouders zelf worstelen soms met de vraag hoeveel mandaat zij nog voelen in de laatste maanden van hun bestuursperiode. Lopende dossiers komen in een andere dynamiek terecht en nieuwe bestuurders moeten zich weer inwerken. Het kost tijd en energie om opnieuw met elkaar te leren samenwerken.

Manja van der Weit gemeentesecretaris Purmerend 1000

Stel je voor dat een bedrijf elke vier jaar moet afwachten of er een geheel nieuwe directie binnenkomt, met andere prioriteiten, andere opvattingen en soms een andere visie op de toekomst.

Manja van der Weit, Gemeentesecretaris Purmerend

Bovendien is de impact niet alleen organisatorisch. Er zit ook een menselijke kant aan. Na jaren van samenwerken ontstaan relaties, vertrouwen en wederzijds begrip. Als een bestuurder vertrekt, verdwijnt niet alleen een functie, maar vaak ook een collega met wie lief en leed is gedeeld. Dat brengt gevoelens van verlies en afscheid met zich mee. Soms wordt het zelfs gevoeld als een loyaliteitsconflict: je blijft loyaal aan de organisatie terwijl je ook een band hebt opgebouwd met de vertrekkende bestuurder. Het menselijke en het bestuurlijke lijken zo recht tegenover elkaar te staan.

Dus nee, democratie is niet efficiënt. Het kost tijd, energie en soms ook ongemak. Maar democratie is ook niet in het leven geroepen met het oog op efficiëntie. Juist die periodieke wisseling van de macht zorgt ervoor dat bestuurders verantwoording afleggen en dat nieuwe inzichten een kans krijgen. Democratie is ontworpen om ervoor te zorgen dat macht nooit vanzelfsprekend wordt. Om ervoor te zorgen dat wat er buiten de organisatie speelt, een weg naar binnen vindt. En om in gezamenlijkheid te blijven afwegen of we nog met de juiste dingen bezig zijn.

Laat er geen misverstand over bestaan: ik draag de democratie een warm hart toe. Maar terwijl ik dat opschrijf, voel ik ook iets anders. Een lichte pijn in het hart. Omdat achter al die bestuurlijke processen vooral mensen schuilgaan. Mensen met wie je jarenlang hebt samengewerkt, gelachen, geworsteld en resultaten hebt geboekt. Democratie vraagt soms om verandering. En hoe belangrijk die verandering ook is, afscheid nemen van fijne mensen blijft nooit helemaal zonder pijn.

Dus nee, democratie is niet efficiënt. Het kost tijd, energie en soms ook ongemak. Maar democratie is ook niet in het leven geroepen met het oog op efficiëntie.

Manja van der Weit, Gemeentesecretaris Purmerend

Misschien vind je dit ook interessant