Ik was op donderdag 21 juni te gast bij het zevende congres van Dimpact; de vereniging van inmiddels meer dan veertig gemeenten die werkt aan eigentijdse en wendbare digitale dienstverlening op basis van Common Ground en open source software. Het was een bijzonder feestelijke editie van het congres, want Dimpact bestaat inmiddels twintig jaar.
Flip-phone
Twintig jaar in de IT, dat staat gelijk aan vier tot vijf generaties. Denk maar eens terug aan 2006, het jaar dat Dimpact werd opgericht. Je internetsnelheid was toen een paar Mbit per seconde, weliswaar honderden keren sneller dan de modems uit de jaren negentig, maar duizend keer zo langzaam als mijn huidige glasvezelverbinding. De eerste iPhone zou pas een jaar later verschijnen, dus grote kans dat je nog met een Nokia in je broekzak rondliep, of, als je heel hip was, met een Motorola Razr flip-phone. En je gebruikte allemaal Internet Explorer, tenzij je toen al tegendraads was en een van de eerste versies van Firefox gebruikte. Chrome was er namelijk nog niet.
Kortom, er is de laatste twintig jaar best wat veranderd en niet alleen op het gebied van IT. In 2006 hadden we net de eerste raadsperiode in het nieuwe dualistische stelsel achter de rug. De jeugdzorg was nog een taak van de provincies en het rijk en de eerste versie van de WMO zou pas in 2007 in werking treden. Ook in de wereld zijn er, zeker de laatste jaren, grote veranderingen geweest en nog gaande die van impact zijn op ons leven.
En om ons in deze tumultueuze tijden aan de hand te nemen was cultureel antropoloog Jitske Kramer uitgenodigd om een keynote te geven. Maar eerst werden we opgewarmd door de verrassingsact van Moniek Brouwer. Op onnavolgbare wijze nam zij ons mee op een groepsreis vol positiviteit, met applaus voor iedereen, en speciaal voor ‘Frank’, die een synchroon uitgesproken groepscompliment ontving (‘Wat je doet, doe je goed Frank!’).
En om de gewenste verbinding tussen alle aanwezigen van zoveel verschillende gemeenten ook visueel te maken, werd een bol wol door de zaal gegooid, zodat diverse mensen in allerlei hoeken van de zaal met een draad verbonden werden. Dat leek goed te gaan, totdat er vele tientallen bollen wol de zaal in werden geslingerd. Want opschalen, dat kunnen die IT-ers natuurlijk als de beste. Uit het uiteindelijke resultaat kon ik de conclusie trekken dat ze bij Dimpact het netwerken erg letterlijk nemen.
Landelijke regie
Uiteindelijk bleek de zaal ook goed te kunnen samenwerken, want binnen een paar minuten lag de kluwen van vele vierkante meters keurig opgerold vooraan op het podium. Hiermee kwam de groepsreis ten einde en wat het tijd voor een iets serieuzer moment, het officiële welkom door directeur-bestuurder Jack Lenting.
Hij blikte kort terug op de beginjaren van Dimpact. Opgericht om samen te werken aan publieke dienstverlening, want ‘alleen kunnen we het niet’. Iets wat twintig jaar later nog steeds geldt. Het idee was toen nog dat Dimpact een slimme volger zou worden, maar inmiddels is duidelijk dat het een koploper is en staat er met Platform D een toekomstbestendig digitaal dienstverleningsplatform voor gemeenten.
Maar de reis is nog niet voorbij. Het is nog steeds nodig om verder te ontwikkelen en te experimenteren, waarbij het belangrijk is dat we niet hoeven te wachten op perfectie voordat we iets bouwen of in gebruik nemen. Jack brak ook een lans voor meer landelijke regie, want de uitdagingen voor gemeenten op het gebied van digitale dienstverlening zijn groter dan Dimpact. Wat dit laatste betreft was het zeer hoopgevend dat een groot deel van de congresbezoekers werkzaam was bij gemeenten die nog geen lid zijn van Dimpact.
Liminaliteit
Want het zijn Tricky Tijden, de titel van de het volgende programmaonderdeel, de keynote van Jitske Kramer. We komen er namelijk achter dat onze obsessie met (oneindige) economische groei een model is dat niet blijkt te kunnen werken. We worden ingehaald door de realiteit van begrenzingen, van grondstoffen, van leefruimte, van klimaat. En we doen soms wel alsof we het anders willen, dat we ‘de mens centraal gaan stellen’. Maar alleen mits het onder aan de streep wel past. En dat werkt niet.
Want het zijn geen tijden van verandering, waarin we weten dat we A hadden en B gaan krijgen. Het zijn tijde van echte transformaties, waarbij we niet vooraf kunnen voorspellen wat de uitkomst zal zijn. En we zitten er middenin, in die messy middle, de tussentijd waar het oude niet meer werkt, maar we nog niet weten wat het nieuwe gaat zijn. En we (in ieder geval ikzelf) leerden daar een nieuw woord voor: ‘liminaliteit’, het grensgebied tussen oud en vertrouwd en nieuw en onbekend.
En voor ons mensen is dat een plek waar we eigenlijk liever niet zijn. Want het is een plek waar we het oude moeten loslaten, maar het nieuwe nog niet kunnen zien. We willen richting, een stip op de horizon. Maar zoals Jitske zelf ondervond bij een cursus verdwalen in Engeland: de eerste stap als je verdwaald bent, is erkennen dat je verdwaald bent. En dat is eng. Bovendien kan je het verwijt krijgen dat je niet goed hebt opgelet, anders was je toch niet verdwaald? En als we dan niet weten waar we zijn en ook niet waar we naartoe moeten, dan is het fijn als iemand die ons vertelt dat het allemaal goed komt, als iemand ons die stip op de horizon voorhoudt. En als we die kunnen volgen en tot onze leider maken, dan komt het goed, toch?
Maar is dat wel waar? Is die stip er wel? Want het kenmerk van liminaliteit is toch dat we niet weten wat de toekomst zal brengen? Is die leider wel een leider? Of is het een bedrieger, een trickster, iemand die we juist niet zouden moeten volgen?
Meer macht dan we denken
Het goede nieuws was dat we meer macht hebben dan we denken. Want machtsmisbruik is niet alleen als iemand te veel macht naar zich toe trekt en gebruikt, maar ook als je je eigen macht te weinig gebruikt. Het minder goede nieuws was dat we nog wel wat aan onszelf te sleutelen hebben. Want eigenlijk willen we nog steeds niet echt veranderen. We willen wel de rush, maar niet de change. ‘Mits het onderaan de streep wel past’, en ‘als we wel nog eerst even op vakantie kunnen’.
We hebben dus een keuze. We kunnen kiezen om onze macht wel in te zetten en ruimte te creëren voor echte verandering, fysiek en mentaal. We kunnen kiezen om geen macht meer te geven aan tricksters, aan valse leiders. Maar dat vraagt wel wat van ons.
Orde van grootte
Het is bijna niet voor te stellen dat deze keynote maar een uur duurde, zoveel informatie wist Jitske erin te verwerken. Goed dus dat er even een korte break was voordat we naar de parallelsessies. Ik had gekozen voor een praktijkcasus van Dimpact en de gemeente Enschede. Sanne Rodijk van Dimpact en Maurizio Dessenes van Enschede lieten ons zien hoe zij de uitdagingen van digitale transformatie zijn aangegaan met een leergang ‘Lerende Veranderen’.
Hierin kwam vooral naar voren dat je je goed bewust moet zijn van de ordergrootte van verschillende typen veranderingen. Bij een verbetering ga je van A naar A+, dat duurt meestal enkele maanden, heeft een relatief kleine scope en geringe complexiteit. Bij een transitie, van A naar B, praat je over één tot drie jaar met grotere omvang en diepgang. Bij een transformatie hebben we het in de regel over drie tot vijftien jaar. En dat is een beweging van A naar een nog onbekende positie. Dit laatste was natuurlijk een mooi bruggetje naar de keynote van Jitske.
NASA
Tijdens de lunch was er voldoende gelegenheid om te netwerken en met vak- en lotgenoten in gesprek te gaan. Maar niet te lang, want na een uur was het alweer tijd voor de volgende energizer, een optreden van De Speld Live. Ik ga dat hier niet samenvatten, maar het hoogtepunt was uiteraard de uitreiking van de felbegeerde Gouden Tapir. Genomineerd waren Siffan Hassan, André Kuipers, Leon Trienes en (mijn persoonlijke favoriet) Tony Chocolonely Caramel Zeezout. De toch wel verrassende (en volledig verraste) winnaar was Leon Trienes van de gemeente Oost-Gelre, die het wonderwel lukte om een geïmproviseerde dankbetuiging uit te spreken.
Tijd om bij te komen was er niet, want de tweede parallelsessie diende zich alweer aan. Jasper Kars, Nicolette van Faneyte en Ingeborg Stolte van het ministerie van BZK namen ons mee in de Nederlandse Digitaliserings Strategie (NDS). In de levendige discussie die op de presentatie volgde, werd duidelijk dat een centrale strategie geen overbodige luxe is en dat er een grote behoefte is bij gemeenten om samen te werken en kennis te delen, ook (misschien wel juist) met de andere overheidslagen. Het lijkt mij interessant te zien welke rol Dimpact, als vereniging van gemeenten, hierin kan gaan spelen.
Machtsmisbruik
Na een korte pauze werd de dag afgesloten met een wrap-up door Lucianne Vermeulen. Zij blikte niet alleen terug op het congres, maar ook op de ontwikkeling van Dimpact, deels vanuit haar eigen ervaring. Tien jaar geleden was zij vanuit Rotterdam als programmamanager verantwoordelijk voor de toetreding van die gemeente tot Dimpact. Vervolgens maakte ze viereneenhalf jaar geleden zelf de overstap om als verandermanager bij Dimpact aan de slag te gaan.
Voor haarzelf was dat een hele reis, maar volgens Lucianne zijn we allemaal reisgenoten, en leren we onderweg van elkaar. We hergebruiken technische oplossingen en volgen de aanpak van veranderingen die al eerder is toegepast. Digitale transformatie vraagt immers om een lerende organisatie en dat is mensenwerk. Dat uit zich juist in de samenwerking, waarin je elkaar iets gunt en over je eigen schaduw en logica heen stapt. Dat betekent niet alles met iedereen doen, maar vertrouwen hebben in degenen die voorop kunnen en willen lopen. En dan niet weer dunnetjes over gaan doen wat zij gedaan en geleerd hebben, maar het resultaat overnemen en hergebruiken.
Als je ervoor kiest om je ervaring niet te delen, dan is dat ook een vorm van machtsmisbruik (wat weer mooi aansloot bij de keynote van Jitske). Juist samen kunnen een verschil maken voor gemeenten en de dienstverlening aan inwoners en ondernemers van Nederland verbeteren.
Als afronding, en ter illustratie van haar boodschap, toonde Lucianne beelden van de Artemis missie van NASA. Ook NASA deelt de opgedane kennis en inzichten zo breed mogelijk. De prachtige beelden die de astronauten op deze missie maakten, tonen aan dat uiteindelijk mensen altijd het verschil maken. Want het gaat niet om de technologie die de beelden mogelijk maakt, het gaat om de verbinding die je voelt met de astronauten. Je ziet wat zij zien en kunt je inleven in hun gevoel. Want het is echt een ander perspectief, als je niet de maan, maar de aarde aan de horizon ziet opkomen. En dan bereik je samen plekken waar je alleen nooit was gekomen.
Dat leek mij niet alleen een prachtige afsluiting van een heel inspirerende dag, maar ook een mooie belofte naar de toekomst. Want wie weet waar we samen over nog eens twintig jaar zullen staan? Hopelijk komen wij met Dimpact opnieuw op een plek die we niet voor mogelijk hadden gehouden.