Een paar maanden geleden ontmoette ik een organisatieadviseur die voor een gemeente werkt waar de conclusie was getrokken dat zelforganisatie niet langer het gewenste effect had. Hij kreeg de opdracht te onderzoeken hoe meer sturing eruit zou kunnen zien.
Judith van der Meij is programmamaker bij A&O fonds Gemeenten in team Leiderschap en Organisatie.
Dat vond ik een interessante opdracht. Niet omdat ik denk dat gemeenten massaal afscheid nemen van zelforganisatie, maar omdat er blijkbaar iets schuurt. En ik vroeg me af: zijn we eigenlijk nog steeds bezig met dezelfde discussie als tien jaar geleden, of is er inmiddels iets fundamenteel veranderd?
Met die nieuwsgierigheid liep ik op 3 juni de bijeenkomst binnen. Al snel viel me op dat vrijwel niemand in kampen dacht. Niemand verdedigde zelforganisatie. Niemand pleitte voor meer hiërarchie. Eigenlijk had bijna iedereen hetzelfde verhaal: de werkelijkheid is ingewikkelder geworden dan het model waarmee we ooit begonnen.
Het gaat niet om méér of minder sturing
Philippe Bailleur hield de zaal meerdere keren een spiegel voor. Niet met grote theorieën, maar met ogenschijnlijk eenvoudige vragen. De vraag die mij het meest bijbleef was: Welk probleem probeerden we eigenlijk op te lossen toen we voor deze organisatievorm kozen? Het werd opvallend stil. Want hoe vaak stellen we die vraag nog?
Een uitspraak van Philippe leverde veel herkenning op:
Impulsieve interventies maken het probleem vaak groter.
Misschien omdat vrijwel iedereen wel voorbeelden kent van reorganisaties waarbij veel veranderde, maar weinig werd opgelost. Als we te snel reorganiseren, rollen aanpassen of managementlagen toevoegen of juist schrappen, steken we te weinig tijd in het begrijpen van wat er werkelijk speelt.
Steeds opnieuw kwam dezelfde conclusie naar voren: sturing verdwijnt nooit. De vraag is vooral hoe je die organiseert.
De praktijk bleek veel genuanceerder
Tijdens de tafelgesprekken deelden vertegenwoordigers van gemeenten (waaronder gemeentesecretarissen, organisatieadviseurs, leidinggevenden en teamcoaches) openhartig hun ervaringen.
Wat me daarbij misschien nog wel het meest opviel, was dat niemand vertelde dat zijn organisatie "klaar" was. Vrijwel iedere gemeente bleek onderweg. Soms terug bewegend naar meer sturing. Soms juist opnieuw ruimte gevend aan professionals. Maar altijd zoekend naar dezelfde balans.
Steeds opnieuw kwam dezelfde conclusie naar voren: sturing verdwijnt nooit. De vraag is vooral hoe je die organiseert.
Ook de behoefte aan meer samenhang kwam vaak terug. Niet alleen tussen teams, maar ook tussen leiderschap, organisatieontwerp, vakmanschap, samenwerking en werkprocessen.
Philippe liet zien dat juist die zes dimensies voortdurend met elkaar verbonden zijn. Verander je één onderdeel zonder de rest mee te nemen, dan blijft het systeem vaak hetzelfde functioneren.
Langzaam begon ik te beseffen dat we misschien steeds de verkeerde vraag stellen. Niet: hoeveel sturing willen we? Maar: welke vorm van sturing helpt onze professionals én onze maatschappelijke opgaven het meest? Dat is een wezenlijk andere discussie.
Geen blauwdruk, maar een gezamenlijke zoektocht
De deelnemers aan de bijeenkomst herkenden elkaars dilemma's vrijwel direct. Er ontstonden geen discussies over wie gelijk had, maar nieuwsgierigheid naar elkaars keuzes. Waarom werkt iets in de ene gemeente wel en ergens anders niet? Welke invloed heeft de politieke context? Wanneer geef je ruimte en wanneer bied je juist duidelijkheid?
Ik merkte en hoorde dat die uitwisseling als zeer waardevol werd ervaren, omdat gemeenten zo elkaars denkproces leren kennen.
Dit is precies waarom A&O deze gesprekken organiseert
Voor mij bevestigde deze middag opnieuw waarom wij als A&O fonds Gemeenten dit soort gesprekken organiseren. Niet omdat wij het antwoord hebben op de vraag hoe gemeenten zich moeten organiseren. Maar omdat juist het gezamenlijke gesprek helpt om betere vragen te stellen, over leiderschap, vakmanschap, samenwerking en de maatschappelijke context waarin gemeenten werken. Ik zag hoe deelnemers elkaar niet probeerden te overtuigen, maar nieuwsgierig werden naar elkaars afwegingen. En precies daar ontstaat volgens mij ruimte voor ontwikkeling.
En hoe verder?
Ik ging na deze dag naar huis met een vol hoofd, waarvan in ieder geval één gedachte langer bleef hangen. Organisatie-inrichting is nooit af. Iedere maatschappelijke verandering of gebeurtenis vraagt opnieuw om keuzes. Niet over méér of minder sturing, maar over hoe leiders en adviseurs bij gemeenten gezamenlijk betekenis geven aan hun organisatie.
De bijeenkomst van 3 juni was een begin. Op 25 november organiseren we een vervolgbijeenkomst waarin we verder bouwen op de inzichten van deze eerste ochtend. Daarnaast organiseren we de komende periode nog veel meer rondom collectief leiderschap: podcasts, praktijkverhalen en leiderschapsprogramma’s waarin de rol van leiderschap in organisatie-inrichting centraal staat. Daarmee helpen we stap voor stap gemeentelijke leiders en adviseurs een gedeelde taal te ontwikkelen en een netwerk te bouwen waarin ze van én met elkaar blijven leren.