Door Josje Smeets, gelukspsycholoog
Twee ambtenaren, zelfde afdeling, zelfde drukke week. De één loopt om vijf uur fluitend naar de fietsenstalling. De ander is he-le-maal op. Toeval? Meestal niet.
Na een lezing kreeg ik ooit een vraag die me nog dagen bezighield. Iemand stak haar hand op en zei: "Ik doe alles goed. Positief denken, grenzen stellen, pauzes nemen. En toch kom ik sommige dagen uitgeput thuis." Ze klonk bijna schuldig, alsof ze iets fout deed.
Dat is precies het misverstand waar ik veel mensen op zie vastlopen: het idee dat werkgeluk een kwestie is van genoeg je best doen. Dat je het zelf helemaal in de hand hebt, als je maar de juiste mindset hebt. Spoiler: zo werkt het niet.
Wat werkgeluk echt bepaalt
Uit onderzoek weten we dat werkgeluk voor een flink deel wordt gevoed door drie dingen: autonomie (voel ik ruimte om zelf keuzes te maken), verbinding (voel ik me onderdeel van iets) en betekenis (draagt mijn werk ergens aan bij). Daar komt nog iets bij dat vaak onderschat wordt: succeservaringen. Niet de grote, maar de kleine. Een taak afronden. Iemand helpen. Iets snappen wat eerst lastig was, of iets nieuws oppikken van een collega zonder dat het een training hoeft te zijn.
Al die factoren hangen voor een deel af van jou. Maar ook van je team, je leidinggevende, de organisatie, het politieke klimaat. Bij gemeenten verandert dat klimaat nogal eens. Nieuw college, nieuwe prioriteiten, nieuwe systemen. Dat los je niet op met een ochtendroutine.
Dus nee, je hebt niet alle touwtjes in handen. En eerlijk gezegd mag dat je opluchten in plaats van ontmoedigen.
Waar dan wel
Het goede nieuws: binnen wat je niet kunt sturen, heb je vaak meer bewegingsruimte dan je denkt. Neem die twee ambtenaren van net. Vaak is het verschil niet de werkdruk, maar wat ze aan het eind van de dag meenemen. Met wie zoek je contact op een lastig moment. Waar leg je je energie in een overleg. Welk klein succes benoem je, ook als de rest chaos was.
Ik merk dat zelf ook. Op dagen dat alles op mijn planning schuift, kan ik me machteloos voelen, of ik kan bewust één ding kiezen waar ik wél grip op heb. Vaak is dat iets kleins. Een kantoorgenoot bedanken. Vijf minuten eerder stoppen om iets af te maken waar ik trots op ben. Dat verandert de dag niet, maar het verandert hoe ik erop terugkijk.
Niet elke dag hoeft top te zijn
En misschien is dat de belangrijkste boodschap: je hoeft niet elke werkdag gelukkig te zijn om gelukkig te zijn in je werk. Sommige dagen zijn gewoon zwaar. Dat hoort erbij. Werkgeluk gaat niet over een constante hoge score, maar over voldoende momenten die je het gevoel geven dat je ertoe doet en dat je invloed hebt, ook al is dat soms maar op een klein stukje van je dag. Want onthoud: geluk bestaat alleen als er ook af toe ongeluk is.
Dus de volgende keer dat een dag je uitput: vraag jezelf niet af wat je fout deed. Vraag jezelf af welk klein stukje wél van jou was.
Meer tips over werkgeluk en motivatie? Die vind je op hellobetty.nl
Josje Smeets is gelukspsycholoog, spreker en oprichter van de opleiding Word geluksambassadeur op het werk.