Hoewel Nederland nog altijd te boek staat als een van de best georganiseerde en meest welvarende landen ter wereld, raakt het openbaar bestuur uitgeput. Dat stelt Jeroen van Gool van A&O fonds Gemeenten. Hij vraagt nadrukkelijk aandacht van het kabinet. “Er dreigt een structurele spagaat tussen staat, straat en raad.”
Dit opiniestuk verscheen op 6 maart 2026 in dagblad De Telegraaf.
De druk op het functioneren van de overheid wordt vaak verklaard door wat er buiten gebeurt. Oorlog, geopolitieke spanningen, migratie, klimaatverandering en digitalisering. Die factoren zijn onmiskenbaar van invloed. Minder zichtbaar, maar minstens zo bepalend, zijn de spanningen die van binnenuit ontstaan. Spanningen die voortkomen uit hoe wij het systeem zelf hebben ingericht en hoe verwachtingen zich blijven opstapelen.
Gemeenten staan daarbij in het brandpunt. In de afgelopen twintig jaar groeide het Gemeentefonds van ongeveer vijftien naar bijna vijfenveertig miljard euro. Gemeenten kregen er omvangrijke taken bij, vooral via decentralisaties in het sociaal domein. Tegelijkertijd groeide de verantwoordingsdruk, nam de regelcomplexiteit toe en bleef de financiële zekerheid achter. De ambtelijke organisatie werd groter en professioneler, maar de ruimte om het werk goed te doen groeide minder hard dan de opdrachten.
Verwachtingen
In de praktijk leidt dat tot een structurele spagaat tussen staat, straat en raad. Het Rijk formuleert doelen en kaders, inwoners verwachten snelle oplossingen dichtbij huis en gemeenteraden sturen op zichtbare resultaten en politieke verantwoording. Ambtenaren bevinden zich dagelijks tussen deze drie krachtenvelden. De ambtelijke spagaatpijn ontstaat wanneer de optelsom van verwachtingen steeds zwaarder wordt, terwijl de ruimte om professioneel te handelen afneemt.
Daar komt bij dat beleid steeds minder stabiel is. Wat vandaag wordt ingevoerd, wordt morgen herzien. Beleidswijzigingen volgen elkaar in hoog tempo op, evaluaties blijven achter en het lerend vermogen verdwijnt naar de achtergrond. Organisaties die stabiliteit moeten bieden, worden ondertussen gedwongen om voortdurend te schakelen.
Veerkracht beperkter
De druk zal bovendien verder toenemen. Uit onderzoek blijkt dat binnen tien jaar ruim dertig procent van de gemeenteambtenaren de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De arbeidsmarktkrapte blijft dus structureel aanwezig. Dat betekent minder mensen voor een toenemende hoeveelheid werk, terwijl de verwachtingen groter worden. De spagaat wordt verder opgerekt, terwijl de veerkracht beperkter wordt.
Tegelijkertijd doet ook dit kabinet opnieuw een groot beroep op gemeenten om hun doelen te realiseren. Gemeenten zijn uitvoeringsmotor, vangnet en innovatielab tegelijk. Dat vraagt veel van ambtenaren die al dagelijks werken aan woningbouw, zorg, mobiliteit, veiligheid en democratie. Hun maatschappelijke impact is groot. Zij zijn verschilmakers, vaak buiten de schijnwerpers. Die kracht verdient bescherming.
Publieke waarde
Wat nodig is, is ambtelijke ademruimte. Ruimte om prioriteiten te stellen. Ruimte om professioneel oordeel serieus te nemen. Ruimte om te leren van fouten en bij te sturen zonder dat elke afwijking leidt tot extra regels en extra verantwoording.
Ambtelijke ademruimte is een noodzakelijke randvoorwaarde om de publieke waarde overeind te houden.bWie wil dat de gemeenteambtenaar ook over tien jaar een verschilmaker blijft, moet vandaag investeren in mogelijkheden en omstandigheden om het werk goed te doen. Strategisch nadenken over arbeidsmarktbeleid van gemeenten hoort hierbij.
Het kabinet heeft de sleutel in handen. Geef gemeenten ambtelijke ademruimte voordat spagaatpijn omslaat in structurele uitputting van het lokale bestuur.
Jeroen van Gool is directeur van A&O fonds Gemeenten (Arbeidsmarkt en Ontwikkeling) en oud-directeur van de Wethoudersvereniging.