Gemeenten en lokale overheden staan onder flinke druk. Meer taken, minder mensen. Digitalisering en AI, wantrouwen, polarisatie, desinformatie, migrantisering, gentrificatie, mondige burgers en het ravijnjaar; om maar eens een paar uitdagingen te noemen.

“Wat vraagt de raad van je? Wat verwacht de straat van je? Wat verlangt de staat van je?” Het zijn drie krachten waar ambtenaren dagelijks mee te maken hebben. Dit spanningsveld kwam duidelijk naar voren tijdens de netwerk- en dialoogmiddag van CAOP en A&O fonds Gemeenten op 5 februari in Den Haag.

De middag stond in het teken van de oratie van hoogleraar Jiska Engelbert: Ruimte voor wrijving: Het algemeen belang van dwarsliggers. Geen pleidooi voor dwarsheid om de dwarsheid, maar voor iets fundamentelers: professionele tegenspraak als voorwaarde voor goed bestuur.

Dwarsliggen als publieke plicht

Engelbert zoomde in op haar oratie. Dwarsliggers zijn geen randverschijnsel. Deze professionals zijn cruciaal. Niet als bedervers van efficiëntie, maar als spoorbielzen. Zonder dwarsliggers ontspoort de trein. Het begrip dwarsliggen kreeg in de zaal met zo’n vijftig deelnemers duidelijke betekenis. Het staat voor:

  • Kritische tegenspraak
  • Het juiste doen, niet alleen de dingen juist doen
  • Constructief tegenspel
  • Vakmanschap in dienst van de publieke zaak

“Ambtenaren die alleen hun werk goed doen, daar redden we het niet mee. Ze moeten de goede dingen doen”. Die zin bleef hangen. Want veel van wat misgaat in publieke organisaties, gaat niet over onwil. Het gaat over systemen, cultuur en prikkels die vooral belonen dat regels gevolgd worden. Terwijl het moet gaan om het dienen en versterken van de publieke zaak. 

We hebben het misschien té goed georganiseerd

Marjolein Olde Monnikhof (CAOP) schetste de bredere context. In 2040 zijn er minder mensen beschikbaar in zorg, onderwijs, veiligheid en bestuur. De vraag is niet óf we anders moeten werken, maar hoe. “Wat is er nodig om publieke taken goed in te richten en uit te voeren? En welke rol spelen technologie en AI daar bijvoorbeeld in?’’.

Jeroen van Gool (A&O fonds Gemeenten) bracht een wellicht ongemakkelijke gedachte in: “Misschien hebben we het soms wel iets té goed georganiseerd’’. Te veel systemen. Te veel controle. Te veel vinkjes. En te weinig ruimte voor verschilmakers. “We hebben ruimtemakers nodig in plaats van vinkjeszetters”.

Jeroen van Gool directeur Aen O fonds Gemeenten 1000

We hebben ruimtemakers nodig in plaats van vinkjeszetters

Jeroen van Gool, Directeur A&O fonds Gemeenten
Diallogensessie jiska caop stadsluisteren 1000

Luisteren in een roze pak

In het praktijkpanel werd duidelijk hoe dat eruit kan zien. Lot Mertens, stadsfluisteraar in Rotterdam, trekt letterlijk een roze pak aan als ze op pad gaat. Geen grap. Het maakt haar zichtbaar in de wijk en de stad, aanspreekbaar en meer benaderbaar.

Bestuurders en de gemeenteraad staan ver van bewoners af. In sommige wijken gaat nog maar 37% stemmen. “De mensen voelen zich niet geraakt”. Het roze pak is een manier om zichtbaar te maken dat luisteren geen bijzaak is. “Het is een kunst om echt je oren en ogen open te zetten”. 

Luisteren is geen zachte waarde. Het is, zoals ze dat noemt, democratisch onderhoud. Lot kiest er voor haar werk voor de gemeente te delen op sociale media en bewoners zo bewust te maken van publieke zaken. 

Het belletje van Diemen

In Diemen zien we eenzelfde manier om expliciet de aandacht op de publieke zaak te vestigen. Daar gebruiken lokale ambtenaren een belletje tijdens directievergaderingen. Het staat eigenlijk symbool voor de advocaat van de duivel. Wie het belletje hanteert, mag vragen stellen als: Waarom bespreken we dit eigenlijk? Is dit de echte vraag? Moet jij dit nu doen?

Het belletje biedt ruimte voor een letterlijke en figuurlijke time-out, om terug te gaan naar de bedoeling. Het werkt, zegt de gemeente. Maar dwarsliggers hebben geen vanzelfsprekende positie. “Die rol vervullen is niet bepaald de weg omhoog”. Dwarsliggen vraagt moed. En sociale veiligheid. “Als dwarsligger uit de kast komen, ligt dat niet zomaar voor de hand”, zo merkte een andere deelnemer op.

De 20% waarvoor beleid niet goed werkt

Vanuit de Afrikaanderwijk in Rotterdam volgt een scherpe bespiegeling. De wijk kampt met een negatief imago en er heerst een gevoel dat de overheid er onvoldoende voor de bewoners is. De lokale wijkcoöperatie groeide uit tot een sociale onderneming waarin ‘radicale gelijkwaardigheid’ centraal staat. Iedereen verdient hetzelfde. Iedereen is eigenaar.

“De gemeenschap is er voor elkaar”, aldus Annet van Otterloo van de Afrikaanderwijk Coöperatie. De coöperatie nam via het uitdaagrecht de afvalinzameling van de Afrikaandermarkt over, maakte het circulair en lokaal. Na 9 jaar is de financiering voor deze taak nog steeds niet geborgd.

80% van het beleid werkt dus voor 80% van de bewoners. Maar de Afrikaanderwijk zit in die andere twintig procent. Daar is het systeem niet voor ingericht. Het helpt ook niet als ambtenaren steeds van plek verwisselen. Dat voedt wantrouwen en kost geld, tijd en energie. En legitimiteit.

Kijktip: Nederland van Binnen

De documentaireserie Nederland van Binnen laat zien dat democratie zich niet alleen afspeelt in vergaderzalen, maar juist in het alledaagse: in de gezamenlijke moestuin, aan keukentafels en in buurthuizen. Daarbij keert steeds dezelfde vraag terug: wat doen bewoners zelf, wat ligt bij de overheid en hoe vinden ze elkaar? 

Niet vinken maar vonken

In Haarlem wordt in het sociaal domein gewerkt met een multi-actor-overleg voor complexe casussen. Dat overleg wordt het ‘oliemannetjesoverleg’ genoemd. Het gaat om het loslaten van overtuigingen, verschillende perspectieven bij elkaar brengen en integraal kijken naar een casus. De inwoner is het beginpunt en we zetten ons in om bij elke casus voorbij het ‘wil niet-perspectief’ te kijken”, aldus Willemijn Koolhaas van de gemeente.

In Den Haag verwoordde een community builder het treffend met het credo: “Je moet niet vinken, maar vonken”. Het goede kan vaak alleen ‘in de lijn’ worden geregeld, niet op de inhoud. Middenmanagement blijkt regelmatig een knelpunt. De top wil vaak wel veranderen, maar ‘in het midden’ stokt het. ”De veranderaars zitten “in de humuslaag”. Ze weten elkaar horizontaal te vinden. Maar hoe maak je van die kleine club een bredere beweging?

Diallogensessie jiska caop 600

Van wie is dit vraagstuk?

Dat bleek misschien wel de belangrijkste vraag van de middag. Van wie is het organiseren van professionele tegenspraak? Van een netwerkje kritische types of groepje dwarsliggers?

Anders gesteld: hoe zorgen we dat dit niet belegd is bij een klein clubje, maar een breed gedragen verantwoordelijkheid wordt? Het gesprek verschoof van dwarsliggers als individuen naar cultuur en systeem. Ter illustratie merkt een deelnemers op dat je status in een ambtelijke organisatie eerder krijgt door het maken van goed beleidsstuk; niet hoe goed je geluisterd hebt.

We hebben het in de kern over ambtelijk vakmanschap, zei Prof. dr. Zeger van der Wal, die deze middag een rol vervulde als critical friend. Het gaat over de ruimte om je ambtelijke professie ten volle te vervullen.

Minder bang, meer publieke waarde

Tijdens de gekozen gesprekstechniek, die van de fishbowl, kwamen de democratische aspecten en implicaties van dit vraagstuk nadrukkelijk naar voren. Lage opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen. Wantrouwen. De vraag of de democratie zelf onder druk staat. “De ambtenaar dient de democratie en de rechtsstaat. En niet de politiek”, aldus een deelnemer. Dat vraagt om minder angst en meer werken vanuit de publieke waarde. Minder controledwang en meer positieve ethiek. Er werd zelfs geopperd: moeten we niet naar een andere ambtseed? Een die uitgaat van vertrouwen in plaats van wantrouwen?

In Rotterdam loopt inmiddels een ‘Expeditie Ambtelijk Vakmanschap’. Vijftig gesprekken in twee jaar. Honderden medewerkers die zich afvragen: werk ik voor de gemeente, of werk ik voor de stad? Wat drijft mij om een bijdrage te leveren aan de publieke zaak.

Die verschuiving, van organisatie naar publieke waarde, raakt de kern van het debat.

Streetwise ambtenaren

Wat is daarvoor nodig? Zeger van der Wal noemde dat het helpt om minder beleidsmakers met ‘zeven vinkjes’ te hebben. ‘Streetwise ambtenaren’, zo noemt hij ze. Meer ambtenaren die vragen aan burgers stellen als: Wat heb je nodig? Wat zit je in de weg? Wanneer is het beter?

“Als iedereen zijn eigen rol in de ambtelijke professie optimaal invult, dan gaat het vliegen. Dan ontstaat goed bestuur”, aldus Zeger van der Wal.

Positieve ethiek en betere wrijving

De middag leverde een belangrijk gedeeld inzicht op: wrijving is geen probleem dat je moet wegpoetsen. Het is een voorwaarde voor een levende democratische rechtsstaat. Dwarsliggen is geen hobby van een kleine minderheid, en kritische ambtenaren zijn geen stoorzenders of incidentele helden.

Het gaat om ambtelijk vakmanschap of, breder gezegd, om vakethiek. En om een cultuur waarin echt luisteren en scherpe vragen stellen vanzelfsprekend zijn – als basis voor goed openbaar bestuur.

Misschien vraagt dat zelfs om een andere ambtseed. Eén die uitgaat van vertrouwen in plaats van wantrouwen. Daarmee sloot Jiska Engelbert af met een pleidooi voor positieve ethiek én belangrijke les van de middag: organiseer niet minder wrijving, maar betere wrijving.

Jiska Engelbert Oratie 24 nov 1000

Vanuit de Ien Dales leerstoel ga ik mij inzetten voor positieve ethiek én het organiseren van betere wrijving.

Prof. dr. Jiska Engelbert, Bijzonder hoogleraar

Misschien vind je dit ook interessant