Het sociaal domein is in beweging, en dat vraagt een verandering in houding, werkwijze en gedrag van uitvoerders. Dat is de essentie van alle hordes die we in deze toolkit bespreken. Hier laten we de theorie even los en duiken we de praktijk in. Marlous Bruntink, procesregisseur zorg en veiligheid bij de gemeente Haaksbergen, vertelt aan de hand van twee praktijkvoorbeelden wat haar aanpak oplevert.

‘Ik houd me vooral bezig met casussen met meervoudige problematiek, de echt lastige zaken. Belangrijk in mijn werk is dat je je echt verantwoordelijk voelt, de dingen durft te benoemen en alle betrokkenen bij elkaar zet. Dat geldt voor alle problemen. Of het nou gaat om een gezin, een wijk of een groep jongeren. Hokjes, kaders en protocollen zijn wat mij betreft ondergeschikt. Die aanpak vindt niet iedereen meteen leuk, maar zo kan ik doen wat écht nodig is. Voordat ik bij de gemeente Haaksbergen kwam werken, werkte ik in de crisisdienst. Daardoor weet ik wat er kan gebeuren als zorg of ondersteuning te lang op zich laat wachten.’

Drugs bespreekbaar maken

‘In 2016 kwamen we erachter dat veel jongeren in WhatsAppgroepen zaten waarin drugs werd verhandeld. Toen we wisten wie de jongeren waren, hebben we een brief naar de ouders gestuurd en hen gericht uitgenodigd voor een gesprek op het gemeentehuis. In die brief stond: ‘Uw kind is in aanraking gekomen met drugs.’ Dat leverde nogal wat boze telefoontjes op, want dit wil niemand horen over zijn eigen kind. Zij zeiden: ‘Mijn kind doet zoiets niet, die gebruikt geen drugs’. Zelf heb ik al die telefoontjes beantwoord en uitgelegd dat we niet zeggen dát ze gebruiken, maar dat ze er wel mee in aanraking zijn gekomen. Uiteindelijk kwamen alle ouders naar het gemeentehuis. Doordat met die brief de taboe al doorbroken was, konden we in alle openheid het probleem met ouders, politie en verslavingszorg bespreken en oplossen. Dat was niet gelukt met een open uitnodiging voor een voorlichtingsavond over drugs.’

Durven en doen

‘Soms is het in mijn vak noodzakelijk dat je durft te handelen. Een ander voorbeeld daarvan was een gezin met drie kinderen met een lichtverstandelijke beperking. Hun hulpverlener belde mij en zei dat ze er niet meer naar binnen mocht. Dat vond ik verdacht. Na een rondje bellen kwam ik erachter dat ze een huurschuld hadden, dat ze afgesloten waren van gas, water en licht en dat de kinderen vaak niet op school kwamen. Er was iets goed mis. Dus ben ik erheen gegaan, samen met de hulpverlener en een wijkagent. Daar werd duidelijk dat de moeder zich schaamde voor de situatie in huis en dat de zorg voor de drie kinderen zo zwaar op haar drukte dat ze het niet meer kon bolwerken.

Toestemming vragen

‘Ik heb me geen seconde afgevraagd of ik al die informatie wel mocht delen met de betrokken partijen en of ik wel de aangewezen persoon was om bij hen langs te gaan. Ik voelde me verantwoordelijk en vond dat deze mensen geholpen moesten worden. Daar hoef je geen toestemming voor te vragen, vind ik. Als het langer had geduurd, hadden ze geen verwarming in de winter. Of nog erger: stonden ze op straat of werden de kinderen uit huis geplaatst. De moeder vond mijn directe aanpak maar niets en een lange tijd heeft ze me denk ik echt gehaat. Maar nu, tweeënhalf jaar later, is ze dankbaar. Het gaat goed met de familie, ze hebben een mooi huis, de ouders zijn getrouwd en ze zijn uit de schulden.’

Marlous Bruntink was Uitvoerder van het Jaar 2017. Als ervaringsdeskundige vertelt ze in deze video over haar ervaringen als professional in het gemeentelijk sociaal domein.

Misschien vind je dit ook interessant