Het Sociaal domein is in beweging, en dat vraagt een verandering in houding, werkwijze en gedrag van uitvoerders. Dat is de essentie van alle hordes die we in deze toolkit bespreken. Hier laten we de theorie even los en duiken we de praktijk in. Lennart Hartog is stagecoördinator bij Yulius Onderwijs en vertelt wat een andere aanpak hem opleverde.

‘Jongeren met een beperking begeleiden naar een plek op de arbeidsmarkt. Daar ben ik al 21 jaar mee bezig. Eerst in het praktijkonderwijs op een school in Rotterdam Charlois en de afgelopen 12 jaar als docent en stagecoördinator in het voortgezet speciaal onderwijs bij Yulius Onderwijs. Deze jongeren gaan helemaal, gedeeltelijk of onder begeleiding aan het werk. Lukt dat niet, dan zoeken we een geschikte dagbesteding. Doordat we aan de slag gingen met Borisbanen, lukte het om méér jongeren aan het werk te krijgen. En dat lukte door te kijken naar wat zij wél kunnen.’

Van een beroep naar taken en processen

‘Eerder was het zo: je kijkt welke beroepen er zijn en welke de leerling in kwestie zou kunnen doen. Dan blijft er maar een heel klein aantal over. Die manier van denken draaiden we om. Wij zijn verschillende beroepen gaan ontrafelen. We zagen dat leerlingen veel taken en processen die bij de beroepen horen wel zouden kunnen leren. Maar ja, daar is geen opleiding met een diploma voor. Dus zochten we werkgevers die het wel zagen zitten om met onze jongeren aan de slag te gaan. En we vroegen hen wat onze leerlingen precies moeten leren om die taken uit te voeren. Zo konden we dat omzetten in lesmateriaal en leerlingen opleiden voor hun deelcertificaat.’

‘Wij waren met onze school onderdeel van de eerste Borisbanenpilot in 2008. Er werd niet direct een gevolg aan gegeven, maar wij zagen de meerwaarde en zijn ermee doorgegaan. Voor een Borisbaan hoeft een jongere namelijk niet een startkwalificatie te hebben. Met een praktijkverklaring kan hij al een deel doen van het beroep waar je eigenlijk een mbo-diploma voor moet hebben.’

‘Een goed voorbeeld is een bedrijf dat verhuizingen van kantoren doet. De ict’er is daar verantwoordelijk voor de aanleg van de bekabeling. Daarvoor moet hij ook de kabels trekken. Dat is iets wat een leerling van ons geleerd heeft en die helpt hem daarmee. Zo kan de vakman zich vooral bezighouden met de aansluitingen in de meterkast en doet deze jongen het praktische werk.’

Kijken naar wat wél kan

‘Gemeentelijk beleid heeft veel invloed op de jongeren met wie wij werken. Daarom wil ik goed op de hoogte zijn en probeer ik veel samen te werken met de gemeente. Zo kan ik goed maatwerk leveren en zorg ik ervoor dat inclusie en Borisbanen op de agenda blijven staan. Belangrijk, want als de jongeren bij ons van school gaan, zijn ze nog steeds een inwoner met een ondersteuningsbehoefte. Het blijft ook dan maatwerk. Met de bril van de Borisbaan kijken we dan naar het vervolgtraject. Eerst vragen we ons af wat de jongere nodig heeft en dan is het zoeken naar de ruimte in het beleid, naar wat wél kan. Als een jongere bijvoorbeeld op zijn werkplek een goede klik heeft met de jobcoach daar, is het niet erg zinvol om een andere jobcoach in te schakelen, ook al schrijft het protocol van de gemeente voor dat één bepaalde organisatie de loopbaantrajecten begeleidt.’

Lennart Hartog is stagecoördinator bij Yulius Onderwijs en begeleid al 21 jaar jongeren met een beperking begeleiden naar een plek op de arbeidsmarkt.

Misschien vind je dit ook interessant