In de jaren dertig kende Nederland de werkverschaffing. In een tijd van massale werkloosheid zette de overheid werklozen aan het werk bij grote projecten. Een bekend voorbeeld is het Amsterdamse Bos, dat voor een belangrijk deel met de hand werd aangelegd. Arbeid was ruim beschikbaar, werk was schaars. 

Jeroen van Gool, directeur A&O fonds Gemeenten 

Dit opiniestuk verscheen eerder in Binnenlands Bestuur en (in een verkorte versie) in Algemeen Dagblad.

Nu zijn mensen schaars

Bijna een eeuw later is de situatie omgekeerd. Werk is er in overvloed en mensen zijn schaars. Bedrijven zoeken technici en IT’ers, zorg en onderwijs kampen met tekorten en de overheid doet een beroep op diezelfde beroepsbevolking. Bij gemeenten wordt die spanning steeds zichtbaarder. Dáár komen steeds meer maatschappelijke opgaven samen, terwijl de mensen die het werk moeten doen steeds schaarser worden. De vergrijzing zal die spanning de komende jaren verder vergroten.

Nederland heeft straks minder mensen om meer werk te doen. De discussie gaat vaak over de vraag waar we nieuwe mensen vandaan halen. Maar misschien moeten we ook een ongemakkelijkere vraag stellen: welk werk moeten we überhaupt nog willen doen?

Misschien is het na de werkverschaffing tijd voor werkafschaffing.

Dat klinkt provocerender dan het is. Het gaat om werk dat weinig waarde toevoegt: administratieve lasten, overbodige controles, ingewikkelde procedures en regels die ooit met goede redenen zijn ingevoerd en daarna zelden meer verdwijnen. Iedere sector kent daar voorbeelden van.

Juist gemeenten voelen de druk

Voor de publieke sector is de urgentie groot. Haar functioneren werkt door in de rest van samenleving en economie. Gemeenten maken woningbouw en gebiedsontwikkeling mogelijk, verlenen vergunningen, onderhouden infrastructuur en voeren een groot deel van het sociaal beleid uit. Als daar onvoldoende capaciteit beschikbaar is, merken inwoners dat en voelen bedrijven dat.

De cijfers geven reden tot zorg. Bij 73 procent van de gemeenten zijn personeelstekorten. Het ziekteverzuim staat op 7,1 procent, het hoogste niveau in ruim twintig jaar, met jaarlijkse kosten van naar schatting een miljard euro. Binnen tien jaar bereikt ongeveer een derde van de huidige gemeenteambtenaren de pensioenleeftijd.

Die uitstroom kunnen we onmogelijk één op één vervangen. Andere sectoren hebben dezelfde mensen hard nodig. De oplossing kan daarom niet alleen zijn om harder te zoeken naar nieuwe medewerkers. We zullen ook kritisch moeten kijken naar het werk zelf.

Meer waarde met minder mensen

De vraag hoe we met de beschikbare beroepsbevolking voldoende waarde blijven creëren, wordt daarmee steeds belangrijker. De nieuwe Productiviteitsraad kan daar een bijdrage aan leveren. Deze vraag is daarom steeds urgenter: zetten we onze schaarse arbeid in op het werk waarmee we het meeste impact maken?

Werkafschaffing alleen gaat ons uiteraard niet redden. Technologie kan routinematige taken overnemen en professionals ondersteunen. Anders werven, blijven investeren in ontwikkeling en mobiliteit en schaarse expertise vaker delen, zijn eveneens nodig. Maar als de hoeveelheid werk blijft groeien, kunnen we het tekort aan mensen niet alleen aan de aanbodkant oplossen. We moeten ook durven kijken naar wat minder, eenvoudiger of helemaal niet meer hoeft.

Kant J Aen O Kees Winkelman 5263 Ter Sel

Keuzes over werk zijn keuzes over mensen

Dat vraagt om strategische keuzes over werk én mensen. De personeelsvraag over vijf of tien jaar wordt bepaald door keuzes die vandaag over het werk worden gemaakt. Welke vaardigheden zijn straks nodig, welke kennis dreigt te verdwijnen en welk werk kan anders worden ingericht? HR hoort daarom aan tafel wanneer die keuzes worden gemaakt.

Regeldruk kost schaarse capaciteit

En welk werk kan weg?

Het Werkonderzoek van BZK laat zien dat bijna de helft van de gemeenteambtenaren te veel werk ervaart. Regeldruk hangt samen met uitputting en lagere bevlogenheid. Iedere onnodige controle, rapportage of processtap vraagt tijd van mensen die steeds schaarser worden. Regeldruk verminderen is daarmee ook arbeidsmarktbeleid.

Daarvoor moeten we onze reflex om alles dicht te regelen onder ogen zien. Na incidenten volgen gemakkelijk nieuwe regels, controles en verantwoordingsmomenten. Voor iedere afzonderlijke ingreep bestaat doorgaans een goede reden. De stapeling maakt het werk ingewikkeld en arbeidsintensief — en verkleint de ruimte van professionals om hun vak goed uit te oefenen.

Geef professionals ruimte

Meer handelen vanuit vertrouwen biedt ruimte. En juist die ruimte wordt in een krappe arbeidsmarkt steeds belangrijker: ruimte voor professionals om hun vak uit te oefenen, zich te ontwikkelen, samen te werken en aan te geven wanneer regels of beleid in de praktijk niet werken. De Hippocratische eed in de medische sector vind ik daarvan een mooi voorbeeld. Daar spreekt vertrouwen uit in een professional die zich verbindt zijn kennis en kunde ten goede van de ander in te zetten. De verantwoordelijkheid ligt nadrukkelijk bij de professional.

Ook ambtelijk vakmanschap gedijt bij vertrouwen. Een ambtenaar die vanuit zijn expertise aangeeft dat beleid onuitvoerbaar wordt, een regel zijn doel voorbijschiet of een procedure weinig toevoegt, levert waardevolle professionele tegenspraak. Een lerende en slagvaardige overheid moet zulke signalen niet alleen toestaan, maar benutten.

Ook het Rijk is aan zet

Die ruimte kan echter niet alleen binnen gemeentelijke organisaties worden georganiseerd. Dat vraagt ook iets van het Rijk. Gemeenten bevinden zich dagelijks in een spagaat tussen staat, straat en raad. Landelijke regels en ambities, verwachtingen vanuit de samenleving en lokale politieke wensen komen bij dezelfde uitvoeringsorganisatie terecht. Uitvoerbaarheid moet daarom zwaarder meewegen bij nieuwe wetgeving en beleid.

Een gezamenlijke verantwoordelijkheid

Werkgevers en werknemers dragen samen verantwoordelijkheid voor ontwikkeling, gezond werken en mobiliteit. Maar ook politiek en samenleving hebben een aandeel. Een schaarse beroepsbevolking dwingt ons na te denken over wat we van de overheid verwachten en wat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zelf kunnen organiseren. Ruimte voor de professional vraagt uiteindelijk ook om ruimte voor de organisatie waarin die professional werkt.

Niet harder, maar slimmer werken

In de vorige eeuw was werkverschaffing een antwoord op een tekort aan werk. Onze generatie krijgt de omgekeerde opgave: een tekort aan mensen.

Dat lossen we niet op door allemaal harder te werken. Wel door mensen te ontwikkelen, technologie verstandig te benutten en het werk beter te organiseren.

En door af en toe iets te doen waar we als Nederland niet erg goed in zijn: werk afschaffen.

Misschien vind je dit ook interessant