Leren op de werkvloer is voor het overgrote deel van de gemeenteambtenaren de gewoonste zaak van de wereld. Uit het derde Werkonderzoek blijkt dat maar liefst 94% het afgelopen jaar aan hun vakkennis werkte. Maar de cijfers leggen ook een scherpe scheidslijn bloot: praktisch en middelbaar opgeleide medewerkers worden veel minder bereikt. Motivatie alleen blijkt niet genoeg; juist de stimulans vanuit de organisatie en leidinggevenden maakt het verschil.
Leren gebeurt vooral op de werkvloer
Leren en ontwikkelen zijn voor de meeste gemeenteambtenaren een vanzelfsprekend onderdeel van hun werk. Ruim 94% heeft het afgelopen jaar deelgenomen aan één of meer leeractiviteiten. Daarbij gaat het niet alleen om opleidingen en trainingen. Juist informele vormen van leren, zoals kennis delen met collega's, zelfstandig informatie opzoeken en feedback vragen, komen veel voor.
Ongeveer twee derde van de gemeenteambtenaren volgt daarnaast een korte opleiding, cursus, training of workshop. Die activiteiten worden positief beoordeeld. Van de medewerkers die een opleiding of training volgden, geeft ruim 90% aan dat hun kennis en vaardigheden hierdoor zijn toegenomen. Tegelijkertijd zegt slechts 54% het werk door de gevolgde opleiding of training daadwerkelijk anders te zijn gaan doen.
Verschillen in deelname aan leeractiviteiten
Hoewel vrijwel alle gemeenteambtenaren leren, zijn er duidelijke verschillen in deelname. Hoogopgeleide medewerkers ondernemen vaker leeractiviteiten dan praktisch en middelbaar opgeleide collega's. Dat verschil is bijvoorbeeld zichtbaar bij het bezoeken van congressen, seminars en conferenties. Van de hoogopgeleide medewerkers deed 46% dit, tegenover 27% van de middelbaar opgeleiden en 6% van de praktisch opgeleiden.
Opvallend is dat medewerkers uit de verschillende opleidingsgroepen die wél deelnemen, ongeveer even positief zijn over de opbrengsten en de aansluiting van opleidingen op hun persoonlijke wensen en de opgaven van de organisatie. De verschillen zitten dus vooral in de deelname, niet zozeer in wat de activiteiten opleveren.
Veel vertrouwen in eigen kunnen, minder aandacht voor de toekomst
Gemeenteambtenaren hebben veel vertrouwen in hun eigen vakkennis en flexibiliteit. Zo geeft 87% aan verschillende taken effectief te kunnen uitvoeren en staat ruim driekwart positief tegenover veranderingen in het werk.
Toch blijkt dat medewerkers minder actief bezig zijn met hun toekomstige loopbaan. Hoewel 74% zich verantwoordelijk voelt voor het behouden van de eigen waarde op de arbeidsmarkt, plant slechts 37% concrete vervolgstappen in de loopbaan. Vooral medewerkers van 55 jaar en ouder zijn hier minder mee bezig.
Dat biedt gemeenten kansen om ontwikkeling gedurende de hele loopbaan te stimuleren, bijvoorbeeld door aandacht te besteden aan vakontwikkeling, nieuwe taken en kennisoverdracht.
Eigen gedrevenheid én stimulans vanuit de organisatie
Wat zorgt ervoor dat gemeenteambtenaren blijven leren en zich ontwikkelen? Volgens het onderzoek speelt professionele gedrevenheid de belangrijkste rol. Maar liefst 95% van de gemeenteambtenaren vindt het leuk om vakkennis in te zetten voor een goed resultaat.
Medewerkers die vanuit hun organisatie meer worden gestimuleerd om zich te ontwikkelen, ondernemen vaker leeractiviteiten.
Toch is motivatie alleen niet voldoende. Medewerkers die vanuit hun organisatie meer worden gestimuleerd om zich te ontwikkelen, ondernemen vaker leeractiviteiten. Ook stimulerend leiderschap en een sociaal veilig werkklimaat spelen een rol.
Voor praktisch en middelbaar opgeleide medewerkers lijken stimulans vanuit de organisatie en leidinggevenden relatief belangrijk voor deelname aan leeractiviteiten. Bij hoogopgeleide medewerkers hangt juist hun professionele gedrevenheid relatief sterker samen met deelname. De resultaten laten daarmee zien dat verschillende groepen medewerkers niet altijd dezelfde ondersteuning nodig hebben.
Van opleidingsaanbod naar ontwikkelcultuur
Investeren in leren en ontwikkelen gaat verder dan het aanbieden van opleidingen en trainingen. Het vraagt om een werkomgeving waarin medewerkers worden uitgedaagd, ruimte krijgen om nieuwe dingen te proberen en zich veilig voelen om vragen te stellen en fouten te maken.
Het is mooi om te zien hoeveel gemeenteambtenaren actief bezig zijn met hun ontwikkeling. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat niet iedereen dezelfde ondersteuning nodig heeft. Juist door aandacht te hebben voor die verschillen, kunnen gemeenten beter aansluiten bij wat medewerkers nodig hebben om zich te blijven ontwikkelen.
Voor gemeenten ligt er vooral een kans om beter aan te sluiten bij de verschillende ontwikkelbehoeften van medewerkers. Dat begint met aandacht voor wat medewerkers nodig hebben en wat hen mogelijk belemmert om deel te nemen aan leeractiviteiten.
Door leren dichtbij het werk te organiseren, bijvoorbeeld via kennisdeling, teamgericht leren en nieuwe taken, kunnen gemeenten ontwikkeling stimuleren. Zo krijgen medewerkers gedurende hun hele loopbaan de ruimte om zich te blijven ontwikkelen, vitaal en wendbaar te blijven en bij te dragen aan de huidige en toekomstige opgaven van de gemeente.
Sectorrapport Gemeenten
De resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op het Werkonderzoek. Het is het grootste enquêteonderzoek onder ambtenaren in Nederland. Het Werkonderzoek brengt periodiek de werkbeleving van medewerkers in de publieke sector in kaart.
In 2024 hebben 4.536 gemeenteambtenaren aan het onderzoek meegedaan. Dit is ruim voldoende om een betrouwbaar beeld te schetsen over hoe medewerkers van gemeenten tegen hun werk aan kijken.
Het Werkonderzoek is een activiteit van het programma Kennis van de Overheid van het ministerie van BZK. Het is uitgevoerd door ICTU in samenwerking met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Werkonderzoeken
Voor het overzicht van alle werkonderzoeken, ook van 2022, klik hieronder verder.