Afspraken aanpakken 

Het oppakken en afhandelen van meldingen

Om ervoor te zorgen dat voorvallen van ongewenste omgangsvormen adequaat worden opgepakt en afgehandeld draagt de organisatie zorg voor:

  • Het serieus nemen van elke melding, ook als het gaat om informele signalen.
  • Het voeren van gesprekken met een melder voor een eerste verkenning.
  • Feiten verzamelen over de situatie. Hier horen in ieder geval gesprekken bij met zowel de melder als een beschuldigde collega. Het is van groot belang dat vertrouwelijk vooronderzoek wordt gedaan om ervoor te zorgen dat werknemers niet onnodig worden beschadigd.
  • Oordeelsvorming over de situatie of doorverwijzing naar bijv. een klachtencommissie.
  • Maatregelen nemen die zijn afgestemd op de aard en ernst van de situatie.
  • Nazorg en monitoring voor melder en voor de beschuldigde collega.
  • Dossiervorming en registratie. 

Binnen een gemeente kunnen verschillende functionarissen betrokken zijn bij het behandelen van meldingen. Wie precies gesprekken voert met de melder en de beschuldigde hangt af van de aard en ernst van de melding en van de fase waarin het proces zich bevindt. 

Welke aanpak ook wordt gekozen, de volgende principes dienen te zijn geborgd: 

  • Objectiviteit en onpartijdigheid: de klacht of het proces van afhandeling mogen niet worden beïnvloed door bijv. hiërarchie.
  • Tijdigheid: snel handelen voorkomt verergering.
  • Transparantie: communiceer over de procedure, niet over de inhoud.
  • Rechtsbescherming: voor zowel de melder als de beschuldigde.
  • Herstelgerichtheid: focus naast bestraffing, op een veilig werkklimaat. 

Rolverdeling bij de behandeling van een melding

Vertrouwenspersoon 

Deze functionaris is onafhankelijk, opgeleid, heeft een geheimhoudingsplicht en biedt een luisterend oor.7 De vertrouwenspersoon ondersteunt de melder bij het verkennen van mogelijke vervolgstappen zoals een informeel gesprek, bemiddeling of het indienen van een formele klacht. De vertrouwenspersoon voert geen onderzoek uit en doet niets zonder toestemming van de melder. De vertrouwenspersoon maakt een jaarverslag van het aantal en soort meldingen. 
Bij voorkeur (maar niet verplicht) aangesloten en erkend door Landelijke Vereniging Vertrouwenspersonen.

Leidinggevende 

Bij lichtere gevallen kan de leidinggevende gesprekken voeren met zowel de melder als de beschuldigde. Deze gesprekken zijn bedoeld om het gedrag bespreekbaar te maken, grenzen te verduidelijken en mogelijke oplossingen te zoeken. In dit stadium kan ook een HR-adviseur betrokken zijn ter ondersteuning en verslaglegging. 

Hogere leidinggevende 

Als de melding over de leidinggevende gaat speelt de hogere leidinggevende een belangrijke rol om deze melding op te pakken. Belangrijk is dat de melder ervaart dat de hogere leidinggevende niet automatisch de leidinggevende steunt. De hogere leidinggevende neemt de melding serieus, voert een gesprek met de melder en diens leidinggevende. 

Klachtencommissie 

Bij ernstigere gevallen of als informele afhandeling niet mogelijk blijkt wordt vaak de klachtenprocedure opgestart. In dat geval worden beide partijen gehoord door een klachtencommissie. Deze commissie bestaat uit onafhankelijke leden en beoordeelt de melding zorgvuldig. Op basis van de bevindingen brengt de commissie een advies uit aan het bevoegd gezag binnen de gemeente. 

Externe onderzoeker(s)

Deze worden pas ingeschakeld na eigen (informeel) onderzoek. In complexe of gevoelige gevallen kan de organisatie ervoor kiezen een externe partij in te schakelen, bijv. een onderzoeksbureau. Dit bureau voert dan op onafhankelijke wijze gesprekken met betrokkenen, al dan niet in het kader van een formeel onderzoek. 

Rolverdeling bij nazorg en begeleiding 

(Hogere) Leidinggevende

Degene speelt een centrale rol in de eerste opvang en in het creëren van een veilige werkomgeving. De leidinggevende blijft na een incident in contact met melder en beschuldigde, volgt op hoe het gaat en biedt indien nodig extra ondersteuning (in samenwerking met HR, bedrijfsmaatschappelijk werk/bedrijfspsycholoog). 

Bedrijfsmaatschappelijk werk/bedrijfspsycholoog 

Deze functionarissen kunnen worden ingezet om melders en beschuldigden te helpen bij het verwerken van incidenten. Waar nodig kunnen zij betrokkenen doorverwijzen naar externe hulpverlening. Zij kunnen ondersteunen bij het hervatten van werk na een incident en geven advies aan leidinggevenden en HR over het opvangen van psychosociale gevolgen op de werkvloer na incidenten. Waar nodig kunnen deze functionarissen worden ingezet in bemiddeling (niet juridisch bindend). 

Vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon kan na afloop van het incident of traject contact houden om het herstelproces te ondersteunen. In voorkomende gevallen brengt de vertrouwenspersoon (geanonimiseerde) signalen of trends onder de aandacht van HR of directie. De vertrouwenspersoon draagt bij aan bewustwording en adviseert over omgangsvormen.

HR

HR zorgt voor de formele afhandeling en ondersteuning van melder, beschuldigde en organisatie. HR houdt de dossiers bij en bewaakt de naleving van het afgesproken beleid. Een HR-adviseur kan ook meedenken over maatregelen of interventies die nodig zijn om veiligheid en samenwerking in een team te herstellen. Op basis van incidentanalyses geeft HR advies over preventieve maatregelen, voorlichting of training.  

Klachtenprocedure 

De organisatie beschrijft een klachtenprocedure ongewenste omgangsvormen en communiceert hierover met alle werknemers. 

In de klachtenprocedure zijn de volgende onderdelen beschreven.

Doel en reikwijdte

  • Uitleg over het doel van de klachtenprocedure: bescherming tegen ongewenste omgangsvormen en het bieden van een veilige meldstructuur
  • Omschrijving van de  ongewenste omgangsvormen waarop de procedure van toepassing is

Toegankelijkheid en duidelijkheid

  • Voor wie geldt de procedure? (alle werknemers, inhuur, stagiairs, sollicitanten, ex werknemers etc.
  • Waar en hoe kan een klacht worden ingediend? (schriftelijk, vertrouwenspersoon, leidinggevende etc.)

De route van melding tot afhandeling

  • Informele afhandeling (bijv. via gesprek of bemiddeling)
  • Formele klachtindiening: wie ontvangt de klacht en wat moet erin staan
  • Tijdspad voor behandeling van klachten (redelijke termijnen)
  • Onderzoek: wie voert het uit(klachtencommissie of externe partij), hoe wordt hoor en wederhoor toegepast
  • Verslaglegging en afronding van het onderzoek
  • Maatregelen
  • Evaluatie 

Onafhankelijkheid en zorgvuldigheid

  • Een formele klacht moet behandeld worden door een onafhankelijke commissie of persoon (niet de leidinggevende of HR)
  • Toepassing van het hoor- en wederhoorbeginsel
  • Recht op inzage in het eigen dossier voor beide partijen
  • Mogelijkheid tot inzage of reactie op het onderzoeksrapport

Werkwijze en bevoegdheden van de klachtencommissie

  • De samenstelling van de commissie
  • Haar bevoegdheden (bv. horen van partijen, adviseren over maatregelen)
  • De wijze van besluitvorming

Bescherming en rechtspositie partijen

  • Vertrouwelijkheid van informatie en bescherming van privacy (AVG-proof)
  • Geen benadeling van de melder of andere betrokkenen
  • Recht op bijstand of ondersteuning (bijv. juridisch adviseur)

Advies en besluitvorming

  • De commissie brengt een gemotiveerd advies uit aan het bevoegde gezag (meestal de gemeentesecretaris)
  • Duidelijk moet zijn wie het eindbesluit neemt en of daartegen bezwaar of beroep mogelijk is

Nazorg en opvolging

  • Maatregelen om de werkrelatie te herstellen of te beschermen
  • Begeleiding van de melder en de beschuldigde na afloop
  • Evaluatie en evt. toezicht op naleving van afspraken

Wat als een melding of klacht ongegrond blijkt 

De organisatie neemt stappen indien de melding of klacht ongegrond blijkt.

Het resultaat van het onderzoeken van een melding of klacht kan uiteraard ook tot de conclusie leiden dat de melding of klacht ongegrond is. Dat kan gelden voor medewerkers, leidinggevenden en bestuurders. Om stigmatisering en reputatieschade te voorkomen is het van groot belang dat de communicatie over de melding of klacht zo beperkt mogelijk wordt gehouden totdat duidelijk is of de melding of klacht terecht is.  

Als dat het geval is dienen de volgende stappen te worden gevolgd

  • Zorgvuldig onderzoek documenteren 
    Het onderzoeksproces wordt schriftelijk vastgelegd. De methode van onderzoek en de betrokkenen worden beschreven. De uitkomst van het onderzoek wordt onderbouwd.
  • Nazorg bieden aan betrokkenen 
    Nazorg wordt geboden aan de melder en de beschuldigde. Deze nazorg heeft tot doel het welzijn en de werkrelatie te beschermen.
  • Melder beschermen tegen benadeling 
    De melder wordt niet gesanctioneerd tenzij juridisch is vastgesteld dat sprake is van opzettelijke valsheid (kwade trouw).
  • Beschuldigde beschermen tegen stigmatisering 
    De beschuldigde wordt ondersteund bij eventuele reputatieschade of relatieherstel. Persoonlijke nazorg en begeleiding. Daarbij kan gedacht worden aan.
    • Herstelgesprek of bemiddeling (doel: herstel van de relatie tussen de melder en de beschuldigde, herstel van relaties binnen het team)
    • Gesprek faciliteren via een mediator of vertrouwenspersoon.
    • Duidelijke communicatie over de uitkomst van het onderzoek (in overleg met betrokkenen).
    • Grenzen aangeven: beschuldigde hoeft zich niet te verantwoorden ten opzichte van anderen, maar mag wel zijn/haar ervaring delen.
    • Reputatieherstel intern (doel: voorkomen van roddelvorming, sociale uitsluiting of onterechte beeldvorming).
      • Interne communicatie door leidinggevende, HR of directie dat het onderzoek is afgerond, en dat de integriteit is vastgesteld (zonder privacy te schenden).
      • Beklaagde ondersteunen bij re-integratie binnen team of organisatie.
      • Bespreekbaar maken van eventuele stigma’s in het team (bijv. via teamintervisie of begeleid overleg).
  • Praktische werkondersteuning (doel: terugkeer naar normale werksituatie vergemakkelijken)
    • (Tijdelijke) herverdeling van taken als er sprake is van spanningen.
    • Mogelijkheid bieden tot tijdelijk ander werk of werkplek (indien dat wenselijk is voor rust). 
    • Aandacht voor evaluatie van het functioneren op een later moment (objectief, zonder vooroordeel).
  • Vastlegging en bescherming (doel: voorkomen dat deze situatie later tegen de betrokkene gebruikt wordt)
    • Schriftelijke bevestiging in het personeelsdossier dat de melding ongegrond is verklaard en geen maatregelen zijn opgelegd.
    • Interne afspraken vastleggen waaruit blijkt dat de ongegronde melding geen rol speelt in beoordelingen, promoties of andere loopbaanontwikkelingen

Sancties en maatregelen 

De afhandeling van incidenten van ongewenste omgangsvormen kan gepaard gaan met het opleggen van sancties of maatregelen. De organisatie dient richtlijnen hiertoe vast te leggen en te communiceren naar alle medewerkers. 

Het adequaat reageren op incidenten versterkt het vertrouwen bij werknemers dat ongewenste omgangsvormen niet worden getolereerd en niet worden genegeerd. 

Welke maatregel wordt genomen hangt af van verschillende factoren, zoals beleving vs. concrete aanleiding, de aard en ernst van het gedrag en of het eerder is voorgekomen. Ook het aantal betrokkenen en de evt. publieke context waarin het gedrag is vertoond zijn factoren die kunnen meewegen. Dat geldt ook voor de impact op de melder of de omgeving.

Onderstaand is een richtlijn voor sancties opgenomen.

Lichte overtreding (ongepast gedrag, maar niet bedreigend)

Voorbeelden

  • Onhandige of flauwe opmerkingen met een seksuele ondertoon
  • Ongevraagde maar niet opdringerige aanraking (bijv. hand op schouder)
  • Eénmalige grap ten koste van een collega

Maatregelen

  • Mondelinge waarschuwing of corrigerend gesprek
  • Schriftelijke waarschuwing bij herhaling of als de impact op de collega(‘s) groot is

Matige overtredingen (herhaling, dus grensoverschrijdend)

Voorbeelden 

  • Herhaaldelijk seksueel getinte opmerkingen ondanks verzoek om te stoppen
  • Neerbuigend of vijandig gedrag
  • Stelselmatig buitensluiten of pesten

Maatregelen

  • Schriftelijke waarschuwing (opnemen in personeelsdossier)
  • Functionerings- of verbetertraject
  • Eventueel overplaatsing of tijdelijke schorsing als de sfeer of veiligheid wordt geschaad

Ernstige overtredingen (intimidatie, bedreiging)

Voorbeelden

  • Seksuele intimidatie (bijv. ongepaste aanrakingen, ongepaste voorstellen)
  • Dreigementen of agressief gedrag richting collega’s
  • Structureel pestgedrag of racistische uitingen 

Maatregelen

  • Tijdelijke schorsing (in afwachting van onderzoek)
  • Overplaatsing van de beschuldigde
  • Ontbinding arbeidsovereenkomst van de beschuldigde via de rechter
  • Mogelijk ontslag op staande voet (in acute situaties)

Zeer ernstige gevallen (strafbare feiten of direct gevaar)

Voorbeelden

  • Seksueel geweld of aanranding
  • Fysieke agressie
  • Bedreiging met een wapen of ernstige psychische mishandeling 

Maatregelen

  • Ontslag op staande voet
  • Aangifte bij de politie
  • Mogelijke civielrechtelijke of strafrechtelijke gevolgen

Als sprake is van een machtsverhouding tussen de melder en de beschuldigde, dan heeft dat gevolgen voor de op te leggen maatregel. Wie meer macht of verantwoordelijkheid draagt, wordt zwaarder beoordeeld bij ongewenste omgangsvormen. 

  • Leidinggevenden hebben een zorgplicht ten opzichte van werknemers.
  • Ongewenste omgangsvormen vanuit een machtspositie worden zwaarder aangerekend.
  • De ongelijkheid maakt het lastiger voor een werknemer om zich te verweren of om een incident te melden.
  • De meldingsbereidheid bij werknemers daalt uit angst voor negatieve gevolgen, als de beschuldigde iemand is met hiërarchische macht. 

Opvang en nazorg 

De werkgever dient passende begeleiding te bieden aan melder en beschuldigde én ook aan het team, ook na afronding van een klachtenprocedure. 

Het onderstaande dient geregeld te zijn. 

Voor de melder

Opvang (direct na de melding) 

  • Toegang tot een vertrouwenspersoon8: luisteren, steun bieden en meedenken over vervolgstappen
  • Veilige werkplek garanderen: tijdelijke overplaatsing, thuiswerk of afstand tot de beschuldigde.
  • Bescherming tegen benadeling: zorgen dat melder geen nadelige gevolgen ondervindt van de melding. 

Nazorg (na de afhandeling) 

  • Begeleiding bij terugkeer op de werkvloer (indien van toepassing).
  • Coaching of psychologische hulp bij stress, trauma of angst
  • Herstelgesprek (indien gewenst en haalbaar) met beschuldigde, met begeleiding.
  • Monitoring door leidinggevende of HR of er sprake is van terugval of herhaling. 

Voor de beschuldigde

Opvang (bij melding of onderzoek) 

  • Gelijke ondersteuning: ook een beschuldigde mag een vertrouwenspersoon of adviseur inschakelen
  • Informatie over de procedure, rechten en plichten.
  • Zorgvuldige bejegening: geen veroordeling vóór afronding onderzoek. 

Nazorg (na de afhandeling) 

  • Individuele begeleiding bij de uitkomst van de klacht (bv. coaching of gedragstraining).
  • Herstelgesprek met de melder als onderdeel van het normaliseren van de werkrelatie (alleen als beide partijen dat willen en de situatie zich daarvoor leent)
  • Begeleiding bij terugkeer naar werk, indien schorsing of overplaatsing speelde.
  • Re-integratieplan of vervolgtraject, vooral bij sanctionering zonder ontslag. 

Voor getuige(n)

Ook voor getuige(n) is opvang essentieel na een incident van ongewenste omgangsvormen. 

Getuigen kunnen emotioneel geraakt zijn door het incident en impact ervaren, zoals stress, onzekerheid of schuldgevoel. Goede begeleiding helpt hen om gebeurtenissen te verwerken, voorkomt langdurige psychische klachten en versterkt het vertrouwen in de organisatie en haar aanpak van ongewenst gedrag.

Voor (overige) teamleden

Begeleiding van overige teamleden is essentieel om onveiligheid, spanningen en roddelvorming te voorkomen na een incident. Het helpt bij het herstellen van vertrouwen, bevordert een open gesprek over normen en grenzen en draagt bij aan een gezonde, samenwerkende teamcultuur waarin iedereen zich weer veilig voelt. 

Teamgesprek (onder begeleiding) (doel: ruimte voor emoties, uitleg geven over de situatie (voor zover mogelijk), en onzekerheid of onrust bespreken). 

  • Kort na het incident of de melding.
  • Begeleid door een HR-adviseur, vertrouwenspersoon, bedrijfsmaatschappelijk werk of externe coach.
  • Er worden geen details over individuen besproken, wél wordt gesproken over het proces, ondersteuningsmogelijkheden en beleid.
  • Er is aandacht voor individuele reacties binnen het team (boosheid, schuld, angst).
  • De mogelijkheid tot 1-op-1 gesprekken met vertrouwenspersoon of bedrijfsmaatschappelijk werk wordt geboden. 

Herstel van samenwerking na afronding van een klachtenprocedure 

  • Inzetten van teambuilding, begeleiding of coaching om de samenwerking te versterken. Herstel van vertrouwen in collega’s én in de leiding staan hierin centraal.
  • Het is belangrijk om tijd en ruimte te bieden om weer veiligheid te ervaren. 

Monitoring en follow-up 

  • De leidinggevende of HR checkt periodiek hoe het team zich voelt.
  • Indien nodig wordt een vervolgtraject of extra ondersteuning aangeboden.
  • Er wordt geëvalueerd of de genomen stappen effect hebben gehad.