Afspraken voorlichting en instructie

Alle medewerkers (inclusief leidinggevenden) nemen met regelmaat, in overeenstemming met maatregelen uit de actuele RI&E, deel aan voorlichting over het voorkomen en verminderen van ongewenste omgangsvormen. 

Deze voorlichting vergroot bewustwording en inzicht van medewerkers. Daarbij gaat het over eigen grenzen en over de handelwijze die van werknemers wordt verwacht bij problemen op dit gebied.  

Medewerkers weten na de voorlichting

  • wat de visie is op sociale veiligheid
  • wat ongewenste omgangsvormen inhoudt;
  • wat de visie en het beleid zijn rondom ongewenste omgangsvormen;
  • wat de gedragsregels zijn binnen de organisatie;
  • welke wegen werknemers kunnen bewandelen als het ze overkomt;
  • wie de vertrouwenspersonen zijn en hoe ze die kunnen bereiken;
  • wat de klachtenprocedure inhoudt en hoe ze een klacht kunnen indienen.
  • wat ze kunnen doen als ze ongewenst gedrag door een leidinggevende ervaren.  

In de voorlichting aan leidinggevenden komt hierop aanvullend aan bod hoe ze ongewenste omgangsvormen kunnen herkennen en hoe ze kunnen ingrijpen. 

Mochten werknemers vanwege een beperking ongewenst gedrag niet kunnen herkennen en/of geen grenzen kunnen aangeven dan wordt begeleiding vanuit de leidinggevende geïnitieerd (maatwerk).